vrijdag 21 maart 2014

Dwars door Andalusia en Extremadura


We willen over kleinere wegen naar het Noorden rijden dwars door het mooie Andalusia. Ik rijd de camping uit en bij een bocht in de weg hoor ik een klap. Geen idee wat het is, maar tijdens de rustpauze kom ik erachter dat het trapje en tevens het laagste punt van de caravan een behoorlijke opdonder gehad heeft. Het is helemaal verbogen, niet echt handig. Dat wordt een reparatie klusje voor thuis. Als het hierbij blijft na zoveel kilometers mogen we niet klagen.



Foutje
Na een tijdje worden we op een rotonde staande gehouden door de politie, met Usie in aanslag en even verderop een tweede agent met een spijkerketting in zijn handen. Ze vragen waar we heen gaan en waar we vandaan komen. Ik vind dit soort gedrag helemaal niets en kijk vol ontzag naar het pistool.

Ik voel me niet echt lekker en vraag Fred verder te rijden. Ik val meteen in slaap en wordt pas in de middag wakker. Dat was een flinke tuk. Heb ik ook het mooie deel gemist en kan er weinig over zeggen. Waar we nu rijden is het prachtig. Heel veel  olijfbomen staan in weilanden die zijn afgezet met stenen muurtjes. In de weilanden staan veel jonge, vooral witte koeien. Na nog zo een uurtje rijden vinden we een plekje langs de weg waar de caravan in past. Hij helt wel aardig over als we de berm inrijden, maar krijgen hem toch recht. We worden enthousiast begroet door de koeien, wat zijn ze mooi. Hun geklingel geeft wat rustgevend al zijn ze harstikke schuw, maar hun nieuwsgierigheid is groot.

Echte stieren voor de arena.
We genieten nog van het zonnetje onder het genot van een pilsje. Dat was lang geleden. Sávonds tegen elf uur hoor ik een auto die stopt naast de caravan, een diesel. Hij rijdt een stukje door en weer terug. Onze gordijnen zijn dicht maar het licht schijnt er altijd wel doorheen. Ik gluur door de gordijnen en zie een auto van de Guardia Civil. Oei, dat is spannend want wildcamperen zal zeker niet toegestaan zijn en de volgende camping is zeker 100 km ver weg.

En dat om elf uur. Fred zegt dapper ik stap uit, ik zeg blijf zitten want we spreken geen spaans. Als hij ons moet hebben klopt hij wel. En zowaar de auto vertrekt, maar ik heb de hele nacht toch niet echt rustig geslapen, als is de politie nooit komen opdagen.



 

Toen Fred vanmorgen de caravan uit ons plekje wilde halen (achteruit) weer een klap. Weer tegen het trapje. Hij lachen want nu is het weer bijna rechtgebogen. Volgens mij niet echt de methode. De streek waar we doorheen rijden is verlaten en niet toeristisch. Hele kleine witte dorpjes  liggen te slapen in het heuvelachtige landschap. De straatjes zijn smal en af en toe kom je een oudere bewoner tegen. We hebben brood nodig en stoppen ergens in zo een dorpje om boodschappen te doen. De vrouw biedt ons een foto tocht aan om vogels te zien. In dit gebied het natuurpark de Monfragüe huist de arend, gier en zwarte ooievaar. Het idee is aantrekkelijk de prijs 100 Euro niet.

 

De weg stijgt, beneden zien we de rivier boven de kale rotsen waar de roofvogels gebruik maken van de thermiek. Het is puur en geeft een oer gevoel. Ik geniet volop. We maken foto's maar ze zijn erg ver weg. In het park is een camping en wij strijken hier neer. Mogelijk gaan we morgen hier een wandeling maken, alleen roept de huisplicht ook.  En we moeten nog best ver. Laten we een en ander maar van het weer afhangen.

 

Hier een beschrijving van het park:

Nationaal Park Monfragüe

 

Monfragüe ligt ongeveer in het midden van de provincie Cáceres, waar de rivieren de Taag en de Tiétar samenkomen. Het is het enige Nationale Park van Extremadura, en heeft een oppervlakte van 18.118 ha. beschermd gebied. Het Park en de directe omgeving, in totaal 116.151 ha. zijn als Vogelrichtlijngebied (ZEPA) beschermd in het kader van het Natura2000 netwerk. De kern van het park wordt gevormd door verschillende aaneengesloten en parallel lopende kleine bergruggen (“sierras”), die onderling verbonden worden door de Tajo-rivier. De Tiétar en andere kleinere beken, slijten diepe kloven uit, alvorens in de Tajo uit te monden, waardoor een spectaculair samenspel ontstaat van rotskliffen waar zich een veelheid aan vogels bevindt. Het water van genoemde rivieren wordt tegenwoordig opgestuwd door de stuwdammen van Alcántara, Torrejón-Tajo en Torrejón-Tiétar. Ondanks dat het gebied niet erg hoog ligt, hebben het grillige reliëf en de rivieren ervoor gezorgd dat de mediterrane bossen en struwelen , die een heel hoge natuurwaarde hebben, goed behouden zijn gebleven. Maar wat dit gebied werkelijk meerwaarde geeft is de enorme oppervlakte aan “dehesas” (boomweides) die zich uitstrekken van noord naar zuid door het Nationale Park, en die een ware voorraadkast vormen voor de meest waardevolle vogels van Monfragüe om uit te eten.

 

 

Twee dagen Sevilla, 18 en 19 Maart


We nemen de bus vanaf Dos Hermanas naar Sevilla. Een rit van een goed half uur. Bij het busstation worden we aangesproken door een kaartverkoper voor City Tours.  Een open bus met toeristen waarbij een bandje met koptelefoon uitleg geeft over de highlights van de stad. We laten ons twee kaartjes aansmeren, scheelt een hoop geloop. De loop-ervaring van de Poolse steden staan nog steeds in mijn geheugen geprint.

Moorse invloeden in de bouwstijl
 
De bus voert ons langs de verschillende wijken van Sevilla. Het centrum en de oude wijk Triana.  Het gedeelte waar de wereldtentoonstelling van 1992 heeft plaatsgevonden, met futuristische gebouwen. De pavillions zijn nu in gebruik als technocentrum met miljarden omzet per jaar en een universiteit. We rijden langs het oude klooster dat nu een ziekenhuis herbergt, de cathedraal en het koninklijk paleis. De Plaza del Torros waar de stierengevecht arena is, nog steeds actief tussen oktober en april. De stieren worden in het noorden van Andalusia voor het doel gekweekt. We hoppen op en af van de bus om rond te kijken, er is zoveel te zien in de oude straten. Prachtige etalages veel waaiers, die handgeschilderd zijn. Als lunch eten we paella in een klein restaurantje geserveerd met sangria. Heel gezellig. Er staat een kinderwagen met een baby die van de dochter van de baas is. Het kind krijgt bij iedere piep volop aandacht. Het is bloedheet buiten, rond de dertig graden.

Op de rivier Rio Guadalquivir wordt getraind door roeiers. Doordat dit gedeelte van de rivier 10 km lang is en alleen toegankelijk voor recreatief gebruik, trainen hier veel buitenlandse equipes voor wedstrijden. 

De rivier met aan het hek de liefdes-slotjes
 
Dit deel van de rivier is een afgeleide van de hoofdader en behoedt Sevilla tegen overstromingen. We besluiten nog een dagje Sevilla eraan te knopen omdat we alleen gesnuffeld hebben aan de stad.

 

We gaan nu met de auto en parkeren op een terrein vlak bij het Expo gedeelte waar grote winkels zijn zoals Decathlon en Carrefour. Decathlon is onze lievelingswinkel omdat je er allerlei sportbenodigdheden kunt kopen. De bidonhouder van mijn fiets is gebroken en ik vind er een in de outlet voor 1 euro. Verder wil ik een zeehengel hebben, die dienst kan doen als mast om ons routertje boven de caravan uit te tillen. Ook die vinden we in de outlet samen met een vis-molentje. Kan Fred ook nog vissen als we ergens aan zee staan.

Verder op de fiets en het is erg leuk door de kleine straatjes te fietsen. Sevilla heeft een witte fietsenplan. Overal staan fietsen die je kunt huren. Doet me denken aan de Veluwe. Verder liggen er mooie fietspaden, men is hier aan fietsers gewend.

We gaan eerst naar de catedraal, die enorm is en de rijkdom van Sevilla ten toon moest stellen. Hij hoort tot de drie grootste kerken van Europa en werd gebouwd van 1402 tot 1506. De kerk is bovenop de overblijfselen van de Almohad moskee gebouwd die in 1356 getroffen was door een aardbeving. Van de moskee was alleen de toren (minaret) over die bekend staat als de Giralda. In de cathedraal zijn meer dan vijfhonderd schilderijen te vinden uit de periode tussen de 16de eeuw en heden. 80 gebrandschilderde ramen van Vlaamse meesters, het kooraltaar, verschillende kapellen ter ere van koningen en heiligen. Het mausoleum van Chrisopher Columbus de ontdekker van Amerika.

de Giralda

 
 
De schatkamers met gouden en  zilveren sieraden en kerkelijke benodigdheden.  We slenteren door de cathedraal die indrukwekkend is. Niet het klatergoud van de Poolse kerken, meer ingetogen. Wat opvalt zijn de  smeedijzeren hekken die kapellen afsluiten. Ik vind dat ronduit lelijk.

Buiten fietsen we langs de metropol Parasol, heel futuristisch en drinken in de schaduw een heerlijk kopje koffie.

 
Daarna fietsten we verder naar de Plaza de Torres de la Real Maestranza om de arena met het bijbehorende museum te bekijken. De arena is afgebouwd in 1881 door Juan Talaverna. Er is een koninklijke loge uit 1765, met een speciale toegangsdeur. Het is een grote licht ovale arena waarvan het middengedeelte iets hoger ligt. Indien een vechter moet rennen voor zijn leven, heeft hij het voordeel dat hij snel weg kan schieten, terwijl de stier moet afremmen, omdat hij anders tegen de palissaden aanloopt. In de aangrenzende gebouwen zien we waar de paarden en de ezels gestald worden. De kleedkamers van de toreadores en de aangrenzende kapel voor het gebed voor de strijd. De scholing die ze moeten ondergaan. Diverse beelden van beroemde vechters en stieren. We krijgen uitleg hoe de stier gedood moet worden, niet door de lans tussen zijn horens te steken, maar tussen zijn nek-wervels op zijn schoft. Dit is veel moeilijker want dan moet de stier veel dichterbij de vechter komen. Er zijn meerdere toreadors gesneuveld en ook daarvan zijn relekwieen te vinden. Er hangen opgezette stierenkoppen van beroemde stieren. Van sommigen zijn de oren afgesneden als trofee voor de vechter en diens moed. Je merkt dat de gids een trouw aanhanger is van de sport want ze vertelt enthousiast. Ik vraag wat een kaartje kost en dat is tussen de 20 en 150 Euro afhankelijk van de plaats en of je tegen de zon in wilt kijken.
 


De koninklijke loge
 

Het was weer een volle dag. Morgen weer verder noordelijk.

 

 

 

 

maandag 17 maart 2014

15 Maart Overtocht, Tanger- Med naar Algecieras

 
We zitten te dubben wat is wijsheid. Blijven we in de buurt van Tanger hangen op een parkeerplaats of gaan we over. Het is nog vroeg in de middag en we kunnen ook doorrijden. Mijn argument is dat je op een parkeerplaats toch niet slaapt, dat van Fred dat hij dan nog lekker in de zon kan zitten en  een boek lezen. Ik ga het winnen, want het is net een uur en we kunnen met gemak de vijf uur boot halen. Zijn we rond 7 uur over en dan op de parkeerplaats in Algecieras overnachten en winnen we een dag.

Eerst maar even warm eten, want de vriezer is leeg en een tahine lokt.  In een klein dorpje zien we weer zo een typisch restaurantje, dit keer geleid door de vrouw van de slager. De tahines staan te pruttelen en zien er goed uit. Heerlijk rundvlees met allerlei kruidjes en groenten en aardappel.

Aangekomen bij Tanger Med na weer een mooie tocht over de groene bergen, worden we meteen belaagd door mannen die het in-checken  voor ons willen regelen.  Fred loopt zelf met de papieren naar het loket en komt trots terug met de ingevulde uitklaringsbewijzen van de auto en de caravan. Tevens de boardingpassen. We rijden verder naar de douane. De auto en de caravan worden weer gescanned. Tot nu toe gaat alles goed en we moeten doorrijden naar haven 6. De haven is gigantisch  groot, echt kilometers lang. Prachtig aangelegd met rotondes en grote wegen. Alles rijdt hier rond, bussen, touroperators, personen auto’s, vrachtwagens, campers en dan een enkele caravan. Allerlei mensen groeten ons, omdat ze ons ergens op een camping gezien hebben. Wij vallen altijd op zo, een camper niet en ik zou niet weten wie ik waar ontmoet heb. We staan in de rij en wachten op de vijf uur boot. Inmiddels vindt er een controle plaats. Nu blijkt dat we maar drie boarding passen hebben en de pas voor de caravan missen. Hadden we dit ook nietop de heenweg???? Moesten we daar niet nog eens 56 Euro voor betalen??? Ik word pissig en zeg dat we  in de haven van Algecieras geld bijbetaald hebben voor de caravan. Dat alles in orde is en dat het zo moet zijn. De bewaker druipt af. Na een tijdje wachten komt de bewaker retour met zijn chef. Die bekijkt de papieren en zegt dat het goed is, alleen de bewaker zegt mij dat hij ons niet doorlaat. We moeten terug naar de check in van Balleria, de ferry. Nu zijn we al door de douane geweest dus dat kan helemaal niet. Ik word opgehaald met een taxibus en zeg Fred good-bye. Roep lachend dat ik vast ontvoerd wordt of ingeruild voor een kameel. We sjezen de haven over, zoalsde Schiphol bus dat doet. Ik moet eerst door de douane heen om bij de Baleria balie te komen. Het is even zoeken en de tijd dringt. Stress. Daar aangekomen staan er allerlei Marokkanen die mij verzekeren dat ik voldoende papiertjes heb. Moet ik hen ook nog uitleggen dat ik het caravan deel schijnbaar mis. Na gewacht te hebben bij het loket begint de man daar ook al dat ik voldoende papieren heb. Nu ja nu breekt de klomp en zeg hem ook dat de caravan wel genoteerd is, maar geen eigen bewijs heeft. Hij weer dat ik dan extra moet betalen, ik weer dat we dat niet doen, omdat we dat al in Algecieras gedaan hebben en ons daar verzekerd is dat we zo retour kunnen. Ik laat hem al de afrekeningen zien. Uiteindelijk geeft h ij me neidig het gevraagde papiertje en houdt de afrekening achter. Krijg ik ook niet terug.

Er staat een giga rij bij de douane. Mensen die met volle koffers de overtocht maken. Gelukkig word ik eruit gepikt door de gewaarschuuwde douanier. Hij leidt me door de mensen massa heen en zegt mijn tas door de scanner te halen. Dat doe ik, hij loopt verder. Ikmet hem mee, maar een andere bewane beampte houd me stande. Waarom mijn tas niet door de scanner is geweest. Ik zeg dat dit wel zo ik. Hij wil in mijn tas kijken. Doet alles open ook mijn portemonnee en ziet er 350 Dirham zitten. Vraagt of dit een souvenier is en opeens schiet het door mijn hoofd dat je geen dirhams uit mag voeren. Helemaal nooit aan gedacht en achter de rits zit mog meer dan 2500 Dirham die we over hebben van de reparatie. Ik zeg dat die 350 nodig zijn om straks de eerste behoefte te kunnen betalen als we terug komen in November. Dat is goed, valt immers onder het bedrag dat je mee mag nemen. De rits in mijn tas ziet hij niet, gelukkig maar anders had ik daar een ander probleem. De chaufeeur staat op me te wachten en rijdt me weer terug naar de auto. Fred komt stralend naar me toe en zegt dat hij toch de benodigde papieren heeft gevonden. Hij had een en ander niet goed opgeruimd. Nu ik kan hem wel vermoorden, want het heeft mij veel stress gegeven alles uit te leggen. De tijd kruipt voorbij en we maken kennis met een Duitser Jochem (73) en zijn vrouw. Hij is weg van onze caravan. We bieden hem aan erin te kijken en is helemaal verrukt. Heeft een oud baggel, dat al jaren trouwe dienst doet en waaraan hij veel geklust heeft.  Hij wil een caravan latenbouwen. Of ze gaan een huisje huren voor 4 maanden in Spanje. De keuze is nog niet gemaakt.

We wisselen het adres van Airstream Germany uit en van Biod. Bij beide organisaties zou je een caso kunnen kopen. Het wachten duurt en duurt. Uiteindelijk zijn we pas om 9 uur aan boord. Als een van de laatsten. We staan tussen de bussen en de vrachtauto’s. Ook al vinden we ons een grote combinatie hebben, je bent dan toch maar heen klein. De overtocht brengen we door met de Duitsers onder het genot van een kopje koffie. Best gezellig.  Zij kennen de camperplaats bij de Lidl in Algecieras en wijzen ons de weg. Zij gaan er ook heen en mogelijk alle andere campers die ook aan boord zijn. Het afrijden van de boot is weer het gebruikelijke gekrioel. Bussen die bijna voor je neus staan omdat ze zo snel mogelijkvan de boot afwillen en ook nog eens toeteren als het niet opschiet. Dat alles in de kajuit van de boot, geeft een hels kabaal. Door lief te lachen en te zwaaien mag ik tussen een bus en een vrachtwagen de boot verlaten. We zijn snel door de douane, gelukkig maar, dat is wel eens anders geweest.


 

Op naar de Lidl parkeerplaats en hup naar bed. Het was toch een emotionele vermoeiende dag. We hebben Marokko achter ons gelaten.

Voorjaar

 
Vanmorgen vertrokken richting Sevilla na een goede korte nacht. We rijden over de Sierra del Ronda bergen van 1900 meter hoog. De wegen zijn een verademing na Marokko. In ieder geval geen gaten in de weg. De zon laat zich volop zien. Bij een klein wit plaatsje maken we een wandeling door de oude straatjes. De aanduidingen zijn te lezen op tegels. Evenals de straatnamen. Het ziet er lieflijk goed onderhouden uit met de witte huizen. Op een hoekje zitten ouder mannen te keuvelen. Gezellig.  Omdat het zondag is is alles gesloten.  We rijden verder richting Ronda. Het schiet erg op en besluiten door te rijden naar Sevilla, waar een camping is. Het is dertig graden buiten. Toch maar hier ergens in de buurt blijven? We vinden een zandweg met een beek en daar ook al snel een kampeer plaatsje. Erg idillisch allemaal. Waarschijnlijk is het weggetje een shortcut, want er komen wel veel auto’s langs die allemaal zwaaien. Nu ja niet erg iedereen gaat vanavond slapen en dan is het vanzelf rustig en staan we morgen op tijd weer op voor het vervolg van de tocht.
Kamperen in de vrije natuur, heerlijk. Waswater bij de hand.
 
Vandaag aangekomen bij Dos Hermanos vlak onder Sevilla. Morgen naar Sevilla.

 

 

 

 

zaterdag 15 maart 2014

12-14 Maart- Meknes.


We richten ons op camping Bellevue. Een camping in Romeinse stijl, waar we verleden jaar met een paar campers stonden. s Óchtends kregen we thee geserveerd met citroen blaadjes. Als we aan de poort staan is de toegangsweg nog net zo slecht. De camping is te vol zoals alle campings hier. Het is hoogseizoen voor groepen bejaarden die met zijn allen weggaan. Ook de Nederlands kampeerauto club is aanwezig en de bordjes Truus&Jan, Nel&Kees etc staan geplakt achter de voorruit. We denken met weemoed terug aan de vrije plekjes in Marokko. Als de caravan staat sjezen we richting Meknes, om te zien of ze de remblokken nog kunnen vervangen. Ik vraag ook naar de mogelijkheid om de schokbrekers te vervangen en het luchtfilter en oliefilter. Het is allemaal geen probleem, maar er zit een  levertijd op van een dag. We besluiten het erop te wagen en dan maar vertraging op te lopen voor de terugreis. Is toch een prettiger idee.

De remblokken  kunnen ter plekke vervangen worden. We wachten geduldig met een boek. Toch handig al die electronica. Internet is daar in ieder geval beter want op de camping krijg ik geen verbinding.

De volgende dag doe ik een poging om te achterhalen wat de schokdempers in Nederland kosten. Het scheelt voldoende om het toch in Marokko te laten doen.  We brengen de dag door met klusjes en een wandeling. Marokko is hier groen en lieflijk als Limburg. Je merk wel dat we noordelijks zitten en het dus kouder is.

De volgende dag melden we ons om 8 uur bij de garage. Ik vraag of het mogelijk is dat de auto om 12 uur klaar is. Er wordt overlegd, maar de kans is klein. Dat wordt  een hele dag in Meknes doorbrengen, maar eerst koffie. We zien een restaurant met een luxe tuin  als een oase van rust tussen het drukke verkeer. Binnen is het rijk gedecoreerd, - gestuucte plafonds, kleurrijke kroonluchters, verkeerde schilderijen van Marokkaanse schonen, royale banken, diepe fauteuilles , gedekte tafels en heerlijke koffie.  We zijn de enige gasten, mogelijk omdat het nog vroeg is.

Na de koffie lopen we richting stad. Het is een kleine 5 kilometer zie ik en dat vind ik teveel als we daarna ok nog een stadswandeling van hot naar her doen. De Poolse steden met helse spierpijn ben ik niet vergeten. Natuurlijk hadden we de fiets kunnen nemen, maar Fred is bang in dit verkeer.

Bij een bushalte en springen we in de bus. Het is al aardig vol. Je kunt bij de chauffeur betalen en een rit kost 30 dirham ( 25 eurocent). De deur blijft open staan, dit is gewoonte hier bij  bussen. Ze hadden net zo goed helemaal geen deur erin kunnen zetten. De achterdeur wordt met een steen dichtgehouden. Alle ramen staan open en het tocht behoorlijk. Het is een gewoonte dat de jongeren voor de ouderen opstaan en ik  krijg al snel een plaatsje aangeboden. Alle oude vrouwen zitten!!,

De plastic stoelen zijn een studie waard, niets is heel. Of er ontbreekt een deel van de leuning of er zit een gat in. Aan de vasthoud stang in het midden van de bus ontbreken de lussen.  De chauffeur scheurt als een gek en ik ben blij dat ik zit. Fred staat in het midden en houdt zich vast aan de stang. Hij komt af en toe met zijn voeten los van de vloer.

Als we ongeveer bij de stad zijn stappen we weer uit en gaan eerst naar het VVV. Even nog wat info scoren. Toevalligerwijze komen we langs het museum van Meknes.  Het  is in een groot oud gebouw met een binnenplaats en aan de zijkant kamers met kunstschatten. Een kamer ingericht met potten en pannen. Een kamer met kleding uit de verschillende streken van Marokko en bijbehorende sieraden die op hoogtij dagen gedragen werden. Een kamer met Berberkleden. En gelukkig een toilet waar we dankbaar gebruik van maken. Misschien was die de 2 Euro toegang het meest waard.

Doorgelopen naar de souk.  Er is daar een winkel van de vrouwen comune die kruiden zoeken en argan producten maken. Dit vind ik altijd een sympathiek idee en een goed voorbeeld van ontwikkelings werk. Je weet tevoren dat je teveel betaald. De verkoopster legt van alles uit over de kruiden en de cosmetica. Ze laat van alles ruiken en vraagt meteen wat we willen kopen. Om toch iets te doen kies ik voor thee, die komt altijd wel op. Ze probeert me 200 gram te verkopen voor 16 Euro en dat vind ik nu weer te gortig en maak het af op 150 gram, die ook nog te duur is. Maar de thee is wel  lekker.


We lopen verder en komen uit bij Medersa Bouanania. Dit is de koran school uit vroeger tijden. Opgericht tussen1350-1358.  De jongens  kwamen hier als ze 8-10 jaar waren om te leren lezen en zingen. Er staan op de muur veel spreuken in het Arabisch. Prachtig tegelwerk en mooi stuucwerk op de centrale hal met aan een zijde een gebedsruimte. De cederhouten spanten zijn mooi versierd. Op de eerste verdieping zijn de kamertjes de jongens woonden . Ze keken uit op de centrale hal. De tweede verdieping was royaler. Hier leefden de leraren en oudere jaars. Via een trap komen we op het dak en kijken uit over Meknes.

We lopen en lopen en lopen. Komen in wijken waar weinig toeristen zijn. Woning inrichting op zijn marokkaans met zeer bonten gordijnen die erg geborduurd zijn. Stoffen die je tegemoet glimmen . Ze worden met geborduurde voile overtrokken. Suikerzoete kussens en dito sprij voor op bed. In de brommer en motor souk wordt druk geklust. Overal liggen onderdelen, maar ook nieuwe brommers . Ik vindt vooral de driewieler motoren erg leuk en krijg meteen een visioen om ermee op vakantie te gaan. Tentje erop en je hebt heel goedkoop vervoer. Fred er een en ik. De andere gebruiken we om een uitklapbare keuken te maken, zet je ze tegen elkaar aan dan heb je voldoende ruimte. Ik zie het helemaal voor me. Alleen dat motor rijbewijs is nog een klein obstakel.

straatbeeld

Wil ik wel
 Om drie uur ben ik het zat, dus een goede tijd om richting garage te gaan. Dit keer met een tax,i ook zo een typische beleving als je door de stad heen scheurt. Onderweg maakt hij al rijdend een praatje met een andere automobilist. Gewoon je raampje open en schreeuwen maar.

Nog een uurtje vertraging in de garage. Ze kregen de bouten van de achterste schokbreker niet los. Maar dan is alles gepiept en kunnen we heerlijk door  naar huis.

 

Vanmorgen rustig vertrokken na eerst nog een bezoek gebracht te hebben aan een huilerie. Olijfolie fabriekje. Helaas vroeg hij zo een idiote prijs voor de olie, terwijl ik van een lokale man gehoord had dat hij er veel minder voor betaalde, dat we onverrichter zaken naar huis zijn terug gekeerd. Na de gebruikelijke koffie zijn we vertrokken richting het noorden.

Over de groene bergen en akkers, want er is hier veel cultuur grond. We rijden uitsluitend via kleine weggetjes, door niet toeristische streken. De weg is af en toe bar slecht, het tempo is laag. De mensen zwaaien  vriendelijk. Heel veel huizen hebben daken van golfplaten toch ziet het er niet armoedig uit. Mogelijk een kenmerk voor deze streek. We vinden een plekje langs een rivier en installeren daar de caravan. Beide moe van de hele dag rijden. Na een half uur duikt de politie op en zegt dat we wel mogen blijven staan, maar dat het hier abosluut  niet veilig is. Dus gaan we verder naar Chefchaouen. Een lastige rit door de bergen en zo stijl....... Een flinke klim voor de auto, hij rijdt nu bijna 1 op vier op dit kleine stukje. De stad heeft heel  smalle straatje en het is overvol. Weer zo een tocht die je liever niet doet en waarvan je blij bent dat het allemaal goed afloop. Morgen verder richting Tanger Med en dan overmorgen varen naar Spanje. Thuis begint te lokken. 

Moulay Idriss op de heuvels
 
We krijgen het opeens in ons kop en gaan vandaag om 5 uur over.

 

 

 

 



 
 
 
 



 

 

 

 

 

 

 

 


zondag 9 maart 2014

Camping Dar l'eau Vive, Ouidane


De vakantie zit erop en alles staat nu in het teken van opruimen, de caravan poetsen, auto wassen  en naar huis. Vanmorgen zijn we gaan wandelen naar de rivier. Stijl naar beneden, met behulp van onze ski stokken ging het prima.
 
 


Zoek de Airstream

 
Ik wilde nog wat foto 's maken, maar er waren te weinig mooie plaatjes beschikbaar. Het is een warme, klamme bewolkte dag. Vannacht had het ook al geregend en nu zit er weer regen in de lucht.

Beneden bij de rivier komen we in contact met een paar mannen, die gezamenlijk weekend vieren. Ze zijn aan het grillen en hebben veel plezier. Ze willen met ons in contact komen en bieden thee aan en een heerlijke kalkoen spies. Mohammed de oudste is sportleraar, dan is er Kalim die kapper is, Abdul samen met ........ zijn timmermannen en maken deuren, en dan is er ook nog een automonteur. Ze spreken gebrekkig Frans en willen alles weten. Het is  reuze gezellig en we worden voor van alles uitgenodigd. Dat gaat even niet werken maar we wisselen wel email adressen uit om de gemaakte fotoś over en weer te sturen.
 



Leuk zo een onverwacht spontane ontmoeting.

Morgen richting Meknes en Fes. Enerzijds wil ik hier best nog langer blijven anderzijds trekt Holland en de families en vrienden ook weer.
 
Heerlijk hebben we het samen.
 

zaterdag 8 maart 2014

Garage Beni-Mellal

Om bij de garage te komen, moeten we over een super pas heen. Dit zijn nog eens echte haarspeldbochten. Weten we meteen wat ons te wachten staat, als we er met de caravan overheen moeten om richting Tanger te gaan. Het eerste stuk rijden we langs het meer. Hier staan een paar hotels en er wordt gebouwd. Dit gebied zal dus ook touristisch ontwikkeld worden. Hotel bin el Ouidane kijkt prachtig over het meer en is zeker een leuke vakantie bestemming. Op de heen reis zijn we een beetje omgereden, denkende dat het minder stijl zou zijn, terug zullen we de stijle directe routen nemen.
In gedachte droom ik van een stukje grond, hier aan het meer. Het is hier echt een paradijs.
Na een uur komen we aan bij de garage. Je hoeft hier nooit een afspraak maken en we vragen de auto te controleren. Ook de remmen, want die piepen. We krijgen veel opmerkingen over de auto, dat het een super kar is. Nu dat vinden wij ook. Vooral de motor vinden ze interressant, omdat alles hier diesel rijdt en dit lange benzine model komt hier niet voor. De auto wordt weer geregistreerd op een centraal systeem. Duurt allemaal lang door traag internet. Ze zien dan ook meteen wat er in Agadir gedaan is.
De motor wordt gecontroleerd. Helaas hebben ze ons type oliefilter en luchtfilter niet voorhanden. Bougies worden nagekeken en nog wat checkpoints. Daarna gaan de banden eraf. De remblokken zijn totaal versleten en er moet geschuurd worden, omdat er roestvorming is. Hij laat ons alles zien. Ze kunnen alleen de achterste blokken vervangen, want meer voorraad is er niet van ons type. Op de voorkant zetten ze een paar oude blokken die beter zijn dan die van ons. Dat doen ze voor niets. Ik vraag me dan toch af waarom dit in de garage thuis niet is opgemerkt. Ook wijst hij erop dat de schokdempers aan vervanging toe zijn. De monteur is erg aardig en heeft duidelijk liefde voor auto's.
Om de tijd te doden, lopen we Beni-Mellal in. Het is bloedheet in de zon. Beni-Mellal is geen toeristische attractie en staat ook niet in de lonely-planet. Ik merk, dat ik word nagekeken. Waarchijnlijk omdat ik een lange broek aan heb en wit haar. Uit pieteit houd ik mijn fleecevest aan, waardoor ik geen blote armen heb. Ik heb het goed heet. We bestellen een tahine in een piepkleine gelegenheid.  Daarna lopen we verder via kleine straatjes met hoge huizen. De straten zijn niet geplaveid, maar van aangehard zand met stenen. Af en toe een plantsoentje. Overal is er nering,  auto onderdelen, spuiterij, timmerman en andere goederen. We doen boodschappen en gaan terug naar de garage. In de showroom is een bank die enigsinds zit. Ik heb een leuk gesprek met een jonge vertegenwoordiger, die een broer in Nederland heeft. In Delft vertelt hij trots. Geeft les in micro electronica. Hij is trots op Marokko en geeft na afloop zijn kaartje. We mogen altijd bellen als we in nood zitten.Tegen vijf uur is de auto klaar.  Daarna door naar de supermarkt voor de grotere boodschappen. Het is donker geworden. Een klus om de stad uit te komen met onverlichte fietsers en wandelaars. De berg over, met zijn haarspeldbochten en tegenliggers. Dat doe je toch liever op een zonnige dag, want ze rijden hard en proberen in te halen op onmogelijke punten.
Vandaag een huishouddag. Wassen, spoelen en drogen. Caravan schoonmaken, kussens uitkloppen en ga zo maar door, ben je mooi zoet mee. De wasmachine doet het super. Ik kan nu lekker warm wassen en de vlekken gaan echt weg. Morgen nog een rustdag om toch iets meer van deze omgeving te zien en te fotograferen.
We willen proberen om in Meknes de voorste remblokken te laten vervangen. Is dat ook gebeurd. Daarna richting huis.


donderdag 6 maart 2014

Van de Anti-Atlas richting Beni-Mellal via Marrakech


We gaan richting Marrakech, omdat daar een Marjane  supermarkt is en omdat ik nog wel eens die kant uit wil.  Marrakech is een boeiende stad.

We rijden over hele kleine wegen, komen langs beeldschone vrije campingplaatsjes, die we meteen bookmarken voor volgend jaar. In een waterkanaaltjes zie ik een schildpad voorbij zwemmen.  We moeten de Atlas over en zijn nu nog in het zandwoestijn achtige gedeelte.
 




 
De weg klimt gestaag en soms stevig naar boven. Links van ons zien we de Jbel Toubkal met besneeuwde toppen van 4000 meter. Op zeker moment volgen we de N9 richting Marrakech. De weg voert naar Tizi n'Tichka over een steile bergpas Tizi n'Test pas, die erg geliefd is bij toeristen. Overal langs de weg worden mineralen aangeboden in knalrode en paarse kleuren. Waarschijnlijk geverfd.  Bij de restaurants worden busladingen toeristen uitgeladen, die meteen kennis kunnen maken met de mineraal verkopers, die erg vasthoudend zijn. In de wintermaanden wordt de pas afgesloten nadat in 2005 toeristen in hun auto bevroren zijn.
 
 
Veevervoer
 

Aangezien dit ook een belangrijke  aanvoer ader is voor de normale goederen gaan er veel vrachtwagens naar boven. Het meest markant veewagens met koeien en schapen op het dak.
 
Vrouwvervoer

 

Als we in de buurt van Marrakech komen begint het gebruikelijke gekkenhuis. Een man werpt zich met levensgevaar op zijn brommer voor onze auto. Hij zal ons wel de weg naar de camping wijzen. Op zeer hinderlijke wijze maakt hij duidelijk dat we hem moeten volgen, maar dat wil ik niet. Bij een stoplicht maak ik meermalen een kwaad gebaar dat hij op moet krassen en zowaar dat helpt, want zijn acties zijn ronduit gevaarlijk en hinderlijk voor het manoeuvreren door het verkeer.

De camping Le relais de Marrakech stond als een rustige camping geboekmarkt met grote plaatsen en zo een 10 km buiten Marrakech. Als we eraan komen blijkt het een gekkenhuis te zijn. Alle plaatsen zijn gehalveerd en overvol. We moeten zelf een plaatsje zoeken, elektra is niet beschikbaar. We vinden een plek waar we makkelijk in kunnen manoeuvreren. We hebben net de caravan losgekoppeld of een Duitse vrouw komt mij vertellen dat zij hier gereserveerd heeft. Pardon,?  volgens de receptie zijn alle plaatsen vrij en mogen we staan waar we willen. Een enorme camper verschijnt ter tonele en zet zijn neus tegen de neus van onze auto aan.

Zij vertelt mij dat we op moeten krassen en maar achteruit moeten rijden.

Ik vraag haar hoeveel plaatsen zij nodig heeft en dat zij dan maar achteruit moeten rijden. Wij zijn immers al losgekoppeld. Tevens vraag ik haar hoe zij naar plaats wil rijden. Want we willen best het geheel wegzetten, maar dan in onderling overleg.(Dit doet me zo enorm denken aan de handdoeken die ze vast op ligbedden gooien aan het strand ter reservering). Er valt geen land mee te bezeilen, dus loop ik naar haar man, die manshoog in de enorme camper van 12 meter zit en vraag :- als ik de auto op de ene plaats zet en de caravan iets achteruit rijdt of hij dan kan inrijden. Nee hij moet achteruit erin rijden. OK dan zetten we het geheel daar, dan moet het lukken. Mevrouw zegt weer dat dit niet goed is en dat er vooruit ingereden moet worden. Ik krijg de smoor in. Zij gilt tegen me dat ze dit nog nooit heeft meegemaakt. Nee natuurlijk niet, dan moet je niet met zo een aso bak op een te kleine camping aankomen. Effin manlief draait dan toch vooruit in en wij zetten de caravan op het overgebleven plaatsje. Zij rijden nog iets naar achteren totdat ze bijna een meter van ons vandaan staan. Wat een verschil met de vrijheid van de nacht ervoor.
 

 De camping is duur, we horen later dat er maar 3 douches zijn, het is overvol en we balen ervan. Er is geen internet, noch een netwerk verbinding mogelijk.

Fred heeft helemaal de smoor in, vooral als blijkt dat er ergens een schroef van de caravan is losgetrild en tussen een la-geleider terecht gekomen is. Dat wordt weer klussen.

We moeten naar Beni-Mellal voor het onderhoud van de auto. Dat willen we hier laten uitvoeren, omdat hij er dicht tegenaan zit en huis nog ver.

We kiezen een kleine camping uit langs een meer tussen de bergen. We zien ook dat het over drie weken alweer 1 april is en die week is zeker de streefdatum voor onze terugkomst.

Dus laten we Marrakech voor wat het is. We gaan nog wel een keer als het minder druk is met minder toeristen.

In deze streek valt het continue gebedel op, terwijl er werk genoeg is in de bouw. Veel Spanjaarden komen daarvoor juist naar Marokko.   

 


Het wordt alsmaar groener als we verder dalen naar zo een  1000 meter. Ook hier bloeiende amandelbomen, maar ook groene weiden en meer begroeiing. Het jonge groen is mooi op de berghellingen. Als straks alles ook nog gaat bloeien, moet het helemaal een feest zijn. Volgens de kaart zijn het bossen met Argan bomen en kurkeik, maar ik weet niet hoe ze een bos hier definiëren. De bomen staan ver van elkaar en bij een Hollands bos, denk je aan donkere wouden.  Na een dag rit van 170 km vinden we de geplande camping niet, maar iets verderop wel een andere. Het is een paradijsje aan de rivier. Echt een camping waar je niet weg wilt. Een zeer vriendelijk jong stel zijn de eigenaren. Er staan nog een paar Zwitsers en dat is alles. Omdat we toch geen boodschappen gedaan hebben bestellen we een tahine, die wordt voor de caravan geserveerd. Romantiek alom.  De warmte blijft lang hangen in het dal, de krekels tjirpen er lustig op los.
 


 

Door de Anti Atlas


Van Tafraoute richting Ouarzazate.
Na uitvoerig uitgezwaaid te zijn door de campinghouder, die mij geloof ik leuk vond, want hij nam iedere gelegenheid te baat mijn hand aan te raken of op mijn schouder te slaan,  gaan we de R105 richting Igherm en daarna R106 door naar Assaki. Het is een smallere gele weg dwars door de Anti Atlas. Het is weer vreselijk mooi. De stralende zon en de bloeiende amandel bomen. Het heuvellandschap aan beide kanten en af en toe een nederzetting. Weer amandel foto’s geschoten en natuurlijk de Airstream in zijn omgeving. Igherm is een heel klein plaatsje en zoals men hier gewend is staan de auto’s driedubbel geparkeerd. Ik kom er met veel moeite langs, want denk maar niet dat iemand opzij gaat. In Igherm zou een camping zijn, maar helaas die bestond niet meer. Ik baal ervan want nu moet ik weer die toer doen langs de auto’s, na eerst gedraaid te zijn op een onmogelijk stukje land. Het is zo scheef dat de achterbumper de grond raakt, maar goed dat is wel overleefd. De auto’s waren gelukkig verdwenen, scheelt weer.
 


 
Na Igherm is de weg vreselijk slecht, zo slecht dat we stapvoets moeten rijden. De volgende camping ligt nog zeker 100 kilometer weg, dat gaan we niet halen. We hebben genoeg water ingeslagen om een nacht wild te camperen. We vinden een plekje op 1600 meter hoogte, dat redelijk vlak is en niet direct aan de weg. Er is een soort hut waar vier jongens inzitten. Ze bewaken een drag-line en mogelijk doen ze weg onderhoud. Ze komen om een sigaret bedelen. Helaas niet voorhande. “s  Avonds maken ze een kampvuur, de temperatuur daalt behoorlijk. We horen zezingen en trommelen. Hebben we in ieder geval bewaking.
We maken nog wat foto’s van de omgeving en de sterren.





 Lekker lezen en op tijd naar bed om weer vroeg wakker te worden. We rijden verder en komen zeer fleurig geklede dames tegen op kleine paardjes. Het lijken wel Mexicaanse vrouwen door die felle tinten en hun sombrero op hun hoofddoek.
De weg voert over een gigantische hoogvlakte op 1800 meter. Het is een echte woestijn om te zien. Niets bloeit, geen boom  en veel stenen. Een beetje saai is het wel. Als we dalen en langs nederzettingen komen zien we dat op de hellingen terrasvormige weitjes zijn gemaakt, die gras groen zijn. In de dalen is het warmer en de groene voorjaars waas komt tevoorschijn in de aanplant.
Het is de streek waar saffraan wordt gekweekt die langs de weg te koop is. Verder staan er veel kraampjes waar mineralen worden aangeboden en wat potten en pannen schijnbaar ook een streekproduct. Je zou Marokko kunnen verdelen in streekproducten. De kust met vis en sinaasappels, daarna de Argan streek, nu weer saffraan, zuidelijker de dadels en ook de pottenbakkers. En overal tapijten.
Onderweg als we koffie willen drinken komen we op een parkeerplaats (aangeharkt gruis en zand), waar een mineralen handelaar staat. Ik moet meekomen. Hij wil mijn wangen kussen als begroeting, maar daar ben ik niet van gediend. Ik moet mineralen vasthouden, verkooptruuc, maar ook dat wil ik niet. Ik  zeg meteen dat ik niets koop en dorst heb. Hij laat me teleurgesteld gaan.

 
 
We drinken wat en rijden verder.
We passeren meerdere dorpjes, waar we drinkwater willen kopen. Bij een politiecontrole word ik aangehouden. De GPS had net gemeld dat ik te hard reed, maar ik heb geen speed camera gezien. Hij vraagt of ik Frans spreek. Natuurlijk. Mag ik wel met een caravan rijden? Ja, en wil mijn rijbewijs tonen, maar dat is niet nodig. Hij loert de auto in en ziet mijn telefoon, die als GPS dienst doet. Hij vraagt wat heeft die gekost, ik zeg 150 Euro in China. Oh, kan hij hem niet kopen. Kosten in Marokko ook 500 Euro net zoals bij ons. Nu daar begin ik niet aan, dus zeg ik vriendelijk dat dit de enige kaart van Marokko is, die we hebben en mijn telefoon onze GPS is. . Maar dat hij hem zelf op internet kan bestellen.  Kan ik er dan niet een voor hem bestellen en meenemen de volgende keer? Nou nee, lijkt me geen strak plan. Ik maak me ervan af met iets dat we niet weten of we volgend jaar in Marokko zullen zijn, en mogen verder. Hij houdt weer dapper een andere automobilist aan.
Na een 50 kilometer vinden we weer een stuk land langs de weg. We rijden hierop om de nacht door te brengen. Er ligt nog een heerijk biefstukje in de koelkast en samen met tomatensla en gebakken aardappeltjes een heerlijke maaltijd. De wijn ontbreekt al een tijdje want de voorraad is op. Was er wel lekker bij geweest.
Vandaag heeft het kwik de 30 graden aangetikt en het was echt te warm.

zaterdag 1 maart 2014

Tafraoute en festival.

Het is alweer 1 maart, de tijd schiet op.
Gisteren zou het roof-rack klaar zijn. Fred dacht dat er onder de rubberafwater strips schroefgaten zaten. Daar waren we vanuit gegaan. Nadat de strip verwijdert was, waren er geen schroefgaten. Dus naar een andere oplossing gezocht.
Een klem rond de deur moet het doen. Ik baalde hier best van, want heb geen zin in ongelukken, maar uiteindelijk is het geloof ik, wel een stevige constructie geworden.

De klus is geklaard
 
Vanavond naar het festival geweest. Het was druk in Tafraoute. Leuk al die echte Marokkanen te zien. De vrouwen allemaal in het zwart op een enkele uitzondering na. Er staan kraampjes waar sierraden te  koop aangeboden worden, vooral door Afrikaanse mensen. Wat etens stalletjes en de restaurantjes zitten vol. Vrouwen en kinderen met kleurrijke ballons lopen rond. Het is een feestavond. Mannen staan bij elkaar te praten of te dansen. Man en vrouw zijn twee werelden en zelden zie je een stelletje.


Gesluierd optreden

Midden op het plein een groot podium. Er klinkt echte Berber muziek. Hoge vrouwenstemmen begeleid door trommelaars. Je ziet zo goed als geen buitenlanders.
Ik wil dichter bij het podium komen en via een dranghek loop ik verder. Fred wordt tegegehouden, want de ingang  en dit stuk plein, is alleen bestemd voor vrouwen. Bij het podium gekomen zie ik dat de vrouwen onder een grote sluier staan te zingen en te klappen. Dit is toch wel een heel andere wereld.




De muziek spreekt ons niet aan, dus slenteren we richting auto en naar huis.