zaterdag 9 mei 2026

Matsalu.

Matsalu ligt aan de Baltische Zee en is een zeer bekend paradijs voor vogelaars en natuurliefhebbers. Het landschap heeft ondiepe baaien, rietlanden, de overstroomde Kasari-delta en kust- en bosweiden. Het gebied is een cultureel erfgoed. Een groot deel van het gebied is in de broedtijd beschermd en afgesloten. Wij hebben gewoon genoten van de omgeving.



Bij een uitkijktoren vinden we weer een plaatsje. Tevens is hier een bushalte. De bus komt 4 keer per dag langs, eigenlijk zinloos, want niemand stapt in of komt eruit. Scholieren gaan soms hier op excursie, maar de gezichten van de tieners vertellen, dat ze het maar zo-zo vinden, als een docente enthousiast over de vogels vertelt.

Wij hebben geboeid gekeken naar de sterns. Die gaan in duikvlucht op hun prooi af. 




Op een rots kwam een mannetje een vrouwtje verleiden met vis. Zo te zien was zijn poging niet helemaal




In het riet zit een zwanenpaar te grazen. Om de hoek zit nog een paartje. De mannen krijgen elkaar in de gaten en het testosteron speelt op. De achtervolging wordt met heel veel geweld ingezet, er wordt gebeten in de poten en waar het maar kan. Uiteindelijk wordt er door een zwaan, het hazepad gekozen en de vrouw zwaait glijd minzaam naar haar man. 



Als we verder trekken, komen we langs een plek met honderden brandganzen. Prachtig om te zien.




We lunchen bij een strandje waar een prachtig beeld staat van een moeder met een kind. Het herdenkt specifiek de Sovjetdeportaties van 1941, waarbij lokale Estse families, waaronder moeders met kinderen, werden opgepakt en per schip naar Siberië werden gedeporteerd. De tekst onder het beeld verwijst hiernaar.


Wat zal er gebeuren met hen die vertrekken? 

En wat zal er gebeuren met hen die blijven?

Hoe kun je onder de stormachtige hemel van de oorlog nog elkaars hand vasthouden?

Op mijn lippen klinken de namen van mijn geliefden, het zeewater en de as van mijn huizen. 

Het gebrul van de stormachtige golven op het strand.

 

Het beeld is opgericht ter nagedachtenis aan de “Forgotten Holocaust”.

De Baltische staten zijn overheerst door de Russen, de Duitsers en later weer de Russen. De Joodse bevolking is massaal afgeslacht. Intellectuelen, ambtenaren en iedereen die zich kritisch uitliet tegen het regime, zijn naar Siberië gedeporteerd of vermoord.      




 

dinsdag 5 mei 2026

Soomaa vervolg.

 En dan komt opeens de zon tevoorschijn. Ik heb nog nooit zo’n ommezwaai in de natuur meegemaakt. Vlinders vliegen laag over de grond. Kikkers kwaken uit verborgen poeltjes, vogels kwetteren aan een stuk door. Het is duidelijk lente. Wat een euforische ervaring. 





De komende dagen maken we nog meerdere wandelingen. Ik kom erachter dat dit tegenwoordig een hike heet. Eén wandeling loopt door een bos, waarin een meertje en een klein riviertje ligt. Heel veel kikkers hier.



Verderop door een bevergebied. Dikke bomen hebben ze door geknaagt, je wordt ervoor gewaarschuwd dat er een boom kan vallen.

We krijgen regelmatig bezoekers bij de caravan. Een stel vogelaars/fotografen die gezamenlijk een toer door Estland maken. Eindeloos staren ze in de verte in hun verrekijkers. Ze hebben een infraroodcamera en hopen vanaf de toren wolven of elanden te zien. Helaas geen succes. We nemen hartelijk afscheid van deze groep die ons stoer vinden omdat we zomaar ergens kamperen,.

Als het weer wat koeler wordt en s’avonds de muggen tevoorschijn komen, besluiten we s’ochtends verder te gaan. We vullen de watertanks en rijden dan door naar de baai van Matsalu.





donderdag 30 april 2026

Ermistu, Järv (de meren van Ermistu) naar Soomaa rahvuspark.


We laten Riga achter ons en gaan naar de meren van Ermistu. Een bekend natuurgebied, ongeveer 5 kilometer van de kust. In heel Estland zijn door Staatsbosbeheer eenvoudige kampeerplaatsen gecreëerd, die bestaan uit een vuurplaats, een natuurtoilet en één picknicktafel. Verder is er niets, maar je kunt er legaal staan in een heerlijke rust.
 







Het is koud als we er zijn. De wind is guur en de gevoelstemperatuur ligt op -10 graden. Volgens de weerberichten verbetert dit niet de komende dagen. Na twee dagen min of meer binnen blijven, wat lezen en een loopje gaan we verder. 



Richting het binnenland naar het natuurgebied Soomaa. Onderweg is er voldoende te zien. Kleine dorpen, heel veel bossen. Prachtige bomen die zich solitair afsteken tegen de lucht. 

Estland bestaat uit 50 à 60% bos, ongeveer 2,2 miljoen hectare. De meest voorkomende boomsoort is den, spar en berk.




Wij profiteren van al dit hout door dagelijks te koken op de houtkachel en het warm te stoken in de keukentent. 

We zijn bij het informatie centrum van het park langsgegaan. Het wordt betiteld als een wilderness park. De oppervlakte bedraagt ongeveer 400 km2. 80% bestaat uit wetland (laagveen) en moerassen met seizoensgebonden overstromingen, die tot 17.000 ha kunnen bedekken. Vroeger stonden er verspreid over het gebied boerderijen, maar die zijn nu allemaal verlaten en vervallen. Tijdens de Russische bezetting, die eindigde in 1997, zijn bewoners gedeporteerd naar Siberië. Daardoor verminderde het aantal bewoners van het gebied drastisch. Er kwamen geen nieuwe bewoners, met als resultaat dat nu iedereen er weg is. Vroeger waren de boerderijen welvarend.





We staan op een leuke, mooie plek, uitkijkend over het veen. Vanmorgen vroeg opgestaan (6 uur) om naar een meer te rijden in het veen, het laatste stuk te voet. Dit was een aanrader van het informatie centrum. Het was een zeer modderige wandeling met een pad door het laagveen. Fred zei dat het meer wel veel moest brengen om zo een toer uit te halen. Het meer was prachtig, heel sereen. Ergens waren een paar eenden, maar verder was er niets. We genoten op een bankje van de rust. Het bos rondom het meer is bijzonder dicht. Heel veel mos en dode takken. Helaas heb ik weer een modderbad genomen toen mijn schoen vast bleef zitten. Door de rugzak, heb je zo een raar evenwicht en dan wil ik natuurlijk ook nog mijn camera beschermen. Het kostte veel moeite om weer op de been te komen. Tegen een uur of 10 weer naar de caravan, maar eerst diesel tanken voor de kachel. Die begaf het vannacht wegens gebrek aan brandstof. Dan daalt de binnen temperatuur fors tot 10 graden. Ik heb het dan echt koud. We blijven hier nog een paar dagen.





vrijdag 24 april 2026

Riga

Riga, de hoofdstad van Letland, heeft 640.000 inwoners en is daarmee de grootste stad van de Baltische staten. De stad ligt aan weerszijde van de rivier de Dvina en heeft een oppervlakte van 307km2. Van oorsprong is Riga een hanzestad en werd gesticht in 1201. In de 19de eeuw waren de architecten beïnvloed door de Art Nouveau-stroming. De hoge gebouwen in de straten zijn rijk gedecoreerd. Je kijkt je ogen uit in het oude centrum, maar ook in het nieuwere gedeelte zie je deze invloed. 










Verspreid in de stad liggen meerdere parken. De vlaggen in deze afbeelding wijzen op de loyaliteit met Oekraïne. Als geen ander weten de Letten wat een Russische overheersing betekend.

 



Het openbaar vervoer is goed geregeld, al kostte het ons moeite om aan een kaartje te komen. Zowel de bus als de trolleybus rijden regelmatig en doorkruisen de stad.

We hebben drie musea bezocht, te weten het Art Nouveau-museum, waar we een video zagen over de bouwstijl in Riga, het fotografiemuseum gewijd aan Baltische fotografen en het Nationaal museum. 









In het Nationaal museum, dat in een prachtig opgeknapt oud gebouw zit, loop je via de kelder naar de verschillende verdiepingen. Hier zijn achter dik glas de schilderijen opgeslagen onder geconditioneerde omstandigheden. 







Cultureel zijn we weer aan onze trekken gekomen, al vinden we een goede buitensportzaak ook erg interessant. (Die hebben we ook nog gezien).

Na twee dagen hebben we het weer gehad met de stad en de drukte. Er is een enorme verkeersstroom. We rijden verder naar het noorden, via de Golf van Riga. Het weer blijft goed, de wind is echter koud.


En als je je nu afvraagt waarom Fred op de grond ligt? Hij wilde een foto maken van het trappenhuis en meteen de vloer dweilen.    





woensdag 22 april 2026

Laatste dag Litouwen.


De laatste dag bij Pape overwegen we aan het fotograferen van vogels, het struinen door de klei en modder in dit onzichtbare stukje natuur. Onze laarzen zakken diep weg en op zeker moment staat Fred zo diep in de modder, dat hij slechts met grote moeite zijn laars weer omhoog kan trekken. Het volledige hem wel één natte modderknie. 
Ik blijf onder de indruk van dit natuurgebied en verder in het voorjaar moet het land prachtig zijn met veel bloeiende planten. De bomen zijn hier nog kaal temperatuur rond de tien graden en s'avonds soms een beetje nachtvorst. 



Aan de waterkant zitten we rustig te wachten op overvliegende vogels, (krukje meegenomen en camouflage cape aan). Er zit een steenarend in de lucht. 



Veel eenden, ganzen, steltlopers etc. Als we teruglopen ben ik het slachtoffer van een valpartij in de modder. Het valt zacht, maar alles zit onder de blubber en ik ben behoorlijk nat. Ach ja dat droogt wel weer, alleen kom ik nu tot de ontdekking, dat ik slechts één warme broek heb meegenomen. Dat wordt winkelen. 






Daarnaast heeft Fred bij het achteruit rijden het zonnepaneel niet gezien en dat is niet bestand tegen een Mitsubishi. Enige match, het frame is kapot, maar hij werkt niet goed. Ducktape lijmt zo goed en zo kwaad het kan een en ander aan elkaar. 

Nog een paar foto’s van dit gebied:



Het kalf dat zijn moeder zocht.



Helaas was hij/zij er niet van gediend.

De volgende dag, op weg naar Riga komen we bij een sportwinkel. Hier koop ik de reservebroek. Niet zo erg dik, maar met een maillot eronder, te doen. Het is allemaal een beetje beperkter hier. We doen er ook nog onze dagelijkse boodschappen. Terug bij de autoprijs zijn er twee plakkaten op de voorruit. We stonden met de caravan niet precies in het autovak, maar het kan zijn dat de combinatie nooit een dikke 9 meter is. Dus een prent voor de auto en een voor de caravan. Nu ja veel vrij kamperen betaalbare zich terug. Doorgereden naar de camping, waar we rond een half vijf waren. Een wasmachine geladen met kleding en zo wordt alles weer schoon. Over Riga schrijf ik later meer.




    
 


 

 
 





zondag 19 april 2026

Litouwen en Letland.

Inmiddels zijn we weer verder naar het Noorden getrokken. Doel is de Nemuno Delta in Litouwen. Dit ligt een kleine 200 km noordelijker.  




De Delta is laagveen, dus veel water. Het is een streek bekend door de vele trekvogels. Voor de Delta ligt de Koerse Schoorwal, een beschermd UNESCO gebied.  Het gebied trekt vanaf juni veel bezoekers, omdat het zo uniek is. Je bereikt de wal via een pont vanuit Klaipéda. 

Helaas zijn we hier te vroeg in het seizoen. Te weinig vogels nog en het weer is grijs en bewolkt. Niet echt ideaal voor mooie natuur plaatjes. Omdat de overtocht en de toegang tot het gebied prijzig zijn, gaan we er niet heen. Misschien op de terugweg.




We vinden een achtertuin camping in Sysos, waar we voor 10€ per nacht mogen staan. Er is geen douche of sanitair. Wel water en elektra, als we op pad gaan staan de spullen veilig. We communiceren met de eigenaar via Google Translate. Best fijn een tolk bij je te hebben. 

We rijden door de Delta met de auto over onverharde wegen. Lopen is geen optie als je een vogel wilt zien, die vliegen weg. 

Er zijn veel ooievaars, grutto’s, kieviten, eenden, zwanen. We spotten een zeearend, witte reigers, een kraanvogel en wat reeën. 

Er is een vlonderpad aangelegd, waar we een stuk overheen lopen. De lente is hier nog erg pril. De blaadjes zitten nog in de knoppen.

Het was de moeite waard, al hadden we meer vogels verwacht.


We rijden door naar het natuurpark Pape. Een natuurgebied in Letland, dat bekend is voor de Konik paarden en Oerossen (Heckrunderen).  De paarden zijn een eeuw geleden teruggefokt naar voorbeeld van de Prezwalski paarden. Er loopt hier een enorme kudde van 100 paarden. In de winter hebben de dieren veel te lijden van de kou en krabben met hun voorpoten het gras onder de sneeuw vandaan. Sommige zijn nog erg mager. Nu staan ze de hele dag te grazen. 





We lopen het park op, een groot graasgebied, om later te ontdekken dat dit eigenlijk niet mag. De volgende dagen houden we ons aan deze regel. Ik zie net op Google maps dat het terrein gesloten is. 

Weer een uniek camping plaatsje gevonden op een drassig, modderig terreintje, waar een houten poepdoos staat. Niet echt verkeerd en veel beter dan de stinkende Dixie’s die je hier overal ziet.






Vanmorgen werden we aangesproken door de ranger van het park. We konden mee met de rondleiding. We hadden nog 6 minuten om ons aan te kleden en dat terwijl we het rustig aan hadden willen doen. De ranger blijkt een Nederlander te zijn uit Friesland. Hij heeft 30 jaar geleden de paarden hier neergezet als oecologisch experiment gesponsord door de Postcode loterij. Het land waarop de paarden staan is geschonken door de gemeente. Men laat hier de natuur zijn gang gaan. Er sterven in de winter altijd dieren, maar de populatie blijft ongeveer dezelfde grootte. De paarden zijn sociaal, ze leven in de grote kudde, maar hebben hun eigen familie bij zich. Een bondgenootschap die wel 30 jaar kan duren. Hij wijst op sporen van de das, die in holletjes poepen. De wolf en soms een beer is hier actief. Als je geluk hebt een lynx. Hij laat het verschil zien in de winter ontlasting met veel riet en de verse ontlasting waarin nu gras zit. De paarden snijden nu het gras kort, de runderen voeden zich met riet en proberen het gras te pakken. Straks als het gras langer is trekken de runderen en de paarden samen op. Dan is er voedsel in overvloed. Dan gaat ook de klaver bloeien en andere weide bloemen. Door de ontlasting verspreiden de natuurlijke kruiden van de weide.

Een kalfje is zijn moeder kwijt en loopt met de paarden mee. Die moeten daar niets van hebben en het dier wordt weggetrapt. Veel gehinnik en gedoe bij de beesten. 

Uiteindelijk kiest het kalfje ervoor weg te lopen. Hij zal vanavond zijn moeder wel weer vinden.

We krijgen toestemming om op eigen gelegenheid het park te betreden. Dat is fijn, dus blijven we hier nog even.