vrijdag 16 oktober 2026

Op naar Kroatië. Plitvice meren.

Gisteren schreef ik dat we op de grens met Kosovo stonden, maar dat moest Kroatië zijn..



De bossen zijn overweldigend in dit gebied van Europa. Naald- en loofbomen wisselen elkaar af. De herfstkleuren zijn uitbundig. Er lopen smalle onverharde wegen door het bos, te voet is het ondoordringbaar. We gaan op zoek naar beren tegen de schemering, maar hebben er geen gezien. Wel herten tegen de bosrand.


. 


In het bos staan schuilhutten voor de jagers. We nestelen ons erin, met onze camera’s. Na een half uur veel geschreeuw vanaf de weg, waaruit we opmaken, dat we niet welkom zijn.

Om vervelende confrontaties te voorkomen, klimmen we weer naar beneden. Jammer het gaf een mooi uitzicht over het weiland. Uit de verspreide kogels maak ik op dat er zeker wild is.




Nu op weg naar Kroatië. De weg vanaf de camping naar een grotere weg is smal gedurende 30 kilometers en met vreselijk veel  haarspeldbochten. Max snelheid 40 km. Tegenliggers zijn een ramp, het past op de millimeter, als je een klein beetje uitwijk mogelijkheden hebt. Dit kost mij veel energie en stress. 

Het landschap verandert niet, de taal wel. Tolpoortjes zijn een puzzel, als ik in de verkeerde rij sta, word ik gelukkig geholpen door een vriendelijke beambte die mij een kaartje geeft. 

We gaan naar de meren van Plitvice een Europees erfgoed. 

De temperatuur op de dag is gelukkig gestegen, want de nacht en de ochtend zijn best koud.





Tegen vier uur zijn we op een camping in de buurt geland. We lassen morgen een rustdag in en overmorgen rijden we naar de meren. 




dinsdag 13 oktober 2026

Ribnica na Pohorju.

 We vertrekken van Camping Puttersee, richting Slovenië. De camping ligt in het dal Aigen im Ennstal. Naast de camping ligt een meer, dat in de zomer wordt gebruikt om te zwemmen of ander water vertier. De camping heeft een heerlijke douche met voldoende ruimte. Het is fijn als je kleding en je handdoek niet meteen nat worden door ruimte gebrek. 

De volgende dag rijden we door naar Slovenië. We vinden een camping genaamd ‘tante Lene’ in Ribnica na Pohorju.





Bij aankomst, tegen vijf uur, worden we warm verwelkomt, met tevens de mededeling, dat de schoonzoon van de eigenaresse vandaag een feest geeft. Hij wordt 30 jaar. Daardoor kan het rumoerig zijn.  De schuur, waar we achter gaan staan, is een goede geluidsbarrière. Ik word rond 2 uur wakker als er gasten vertrekken, het viel dus mee met het lawaai. Van Lene hadden we heerlijke cake gekregen en een tiramisou, die ze voor de gasten gemaakt had. Werkelijk voortreffelijk.   





Op het terrein staan meerdere kleine vakantie woningen, zonder keuken en WC, maar wel heel erg leuk. In een ander gedeelte is de ingerichte keuken, waar je kunt zitten aan een lange tafel. Alles even smaakvol ingericht. Er is ook een groot chalet waarin je rustig met 10 man kunt verblijven en van alle gemakken voorzien.


Lene geeft ons een kaart mee van het gebied. Je kunt hier skiën. Wij gaan s’ochtends vroeg naar de top van de berg met de auto. De onverharde weg heeft scherpe haarspeldbochten en gaat stijl omhoog. Er hangt mist, mist zonder een spatje zon. De bergen voor zover zichtbaar zijn indrukwekkend. Ik sta een tijdje te klungelen bij een boom om die te fotograferen, maar ben niet tevreden.  

 






Zondag wagen we nog een tweede poging, maar de zon is weg en wederom veel mist. We moeten nodig tanken, het tankstation ligt 20 km verderop. En omdat het al laat is, gaan we meteen ergens eten. We bestellen een 1meter plank, met van alles. (Kip, vis en bief). Een biertje en een wijntje maakt dit af. Het is laat, als we terug zijn en pikkedonker. 




 

Maandag een regendag, alles verandert in een modderpoel. We houden ons gedeisd, filmpje kijken en boekje lezen, s’middags een korte wandeling. Prima zo.



Nu op weg naar Zuid Slovenië. Daar eens speuren naar beren en herten. Die zouden er moeten zitten, maar of je ze ziet is de vraag.

Het benzine pijl in de auto is weer vreselijk laag, tankstations zijn schaars, als je van de doorgaande weg af gaat. We hebben een camping langs een rivier gevonden ergens bij de grens met Kosovo. Het is niet ideaal, we doen het ermee. 




donderdag 8 oktober 2026

Herfst 2026 Valse start. '


Het was de bedoeling om 4 Oktober weg te gaan, maar omdat er twee workshops uitvielen, waren er een paar dagen vrij gekomen. Nu is het idee om de 3de te vertrekken. Inpakken valt altijd tegen, thuis moet ook een en ander gebeuren. Appels en peren nakijken op rot, (de peren nemen we mee), de appels liggen op goed geluk in de studio. Muizenvallen zetten, we hebben al de eerste muizen binnen gevangen. De printer nakijken, die gaf veel storing, dat kost tijd. Ook kregen we per 1 oktober een andere internet provider. Het was puzzelen hoe de camera’s in te stellen en de verwarming. Er moeten boodschappen gedaan worden voor de eerste drie dagen. In de diepvries vonden we een paar prachtige kant en klare maaltijden van Knorr. Ze zijn in de auto goed te verwarmen met onze verwarmde lunchbox, het eten staat dan s’avonds meteen op tafel. 


Zaterdag na de lunch vertrekken we. Met een dik uur zijn we bij de grens. Fred zegt :’Oh nee hè’. Hij voelt paniekerig in zijn zakken om tot de conclusie te komen dat hij geen rijbewijs, bankpas, noch autopapieren bij zich heeft. Dat is niet handig, dus keren we weer om. Tegen 7 uur thuis, dekbed, toiletartikelen, fototassen weer de caravan uit. Het eten is warm, dit was het voor vandaag.


4 Oktober nieuwe poging. Het is, zoals gebruikelijk, druk op de Duitse autobaan. Ons doel is het Bayrische Wald, die afstand trekken we niet in een dag. Rond drie uur vinden we een parkeerplaats in het bos. Dit nodigt meteen uit tot een wandeling. Het was thuis opgevallen dat er weinig paddestoelen zijn, waardoor Fred zijn workshop niet doorging, hier is het niet anders. De droogte heeft zich laten gelden. Het bos is prachtig met de eerste herfst tinten De lucht tintelend fris. Na een goede nachtrust kunnen we er weer tegenaan.

.

.



Op 5 Oktober arriveren we in de middag op de camping in Klingenbrunn. Hier zijn we eerder geweest, omdat het dicht bij het Tier-freigelände ligt. De dieren lopen rond in hun natuurlijke habitat over een gebied van 10 kilometer. Dit staat morgen op de agenda. De camping ligt in het bos, dus er weer op uit, op zoek naar die mooie paddestoelen, ná de thee met appeltaart. Nu hebben we iets meer geluk, na een uurtje houden we het voor gezien.







Fred gaat lekker douchen, ik ga de appeltaart doos in de container gooien. Als hij erin valt, hoor ik iets en vraag me af, of er soms nog een mes in de doos zit. De container is leeg, ik ben te klein om de doos te bereiken. Dus het plan bedacht om het langste keukengereedschap, te weten een puree stamper, te pakken om de deksel mee op te lichten. Toen lag ook de puree stamper op de bodem. Opstapje gepakt plus de vleesknijper. Ik hang zwaar over de container rand en zie het visioen van -Ien in de container- voor me. De stamper gered, het deksel van de appeltaart doos gelicht, er zat geen mes in, het avontuur was hiermee beëindigd.


De volgende dag naar het Tier-frei Gelände. De parkeerplaats is meer dan rustig, dat is anders dan vroeger. Fred houdt het op het feit dat we vroeg zijn.

Het gebied is heuvelachtig met oeroude bomen. Het pad loopt flink omhoog, bewegwijzerd naar de dieren. Al snel komen we er achter dat er eigenlijk geen dieren zijn. De lynx, wolf  en vele anderen zijn verdwenen. Er lopen alleen honden en oude van dagen. Af en toe een gezinnetje. We houden de moed erin en vinden toch een hok met kraanvogels, een uil en twee beren in een kleine afrastering. Die krijgen een nieuw verblijf.





Na 10 kilometer lopen houden we het voor gezien. In de verte burlen herten indrukwekkend.

Op naar de camping om ons op de volgende stap te beraden. 

Als ik een emmer omspoel is de druk op de kraan zo hoog, dat ik meteen een waterdouche krijg. Alles nat, niet handig. Gelukkig is het nog steeds warm en droog. We blijven nog een dag om dan onze weg richting Slovenie te vervolgen.





Dit gebied in Bayeren staat bekend om zijn glaskunst. Ik wil in het dorp Spiegelau naar glas kijken. De winkel daar heeft prachtig glaswerk herinner ik me van vroeger. Ook zijn er meerdere buitensport winkels. Om een lang verhaal kort te maken het dorp is leeggelopen. In de glaswinkel zit een sportcentrum, ook de buitensportwinkel is er niet meer. Wel is er een glas outlet centrum, sjiek ingericht met prachtig glaswerk. Even is de verleiding groot om wijnglazen te kopen, maar we zijn nog lang onderweg en het is de vraag of het heel overkomt.





Weer onderweg. Ik houd van het heuvellandschap, dat zich ontvouwd in Bayern. Prachtige dalen met de eerste herfstkleuren en een spatje zon. In Oostenrijk zien we nu de Alpen voor ons opdoemen. Prachtige luchten, kerkjes  op bergtoppen, het zicht beperkt door de Alpen. In het dal zijn de bergen begroeid met licht kleurende loofbomen, hoger de dennen, nog hoger de kale rotsen. De dorpjes in het dal. Hier jodelt het in mijn hoofd. -Ich bin so tol, Ich bin so froh, Ich bin der Anton aus Tirol-. Sweet memories uit een vroeger leven. 







donderdag 27 augustus 2026

De Veluwe.


 Tekst van Fred met her en der een aanvulling van mij: 

Zondag, 23 augustus zijn we vertrokken naar de natuurcamping het Groenendaal om te genieten van de Veluwe en de heide. We hadden telefonisch besproken  met elektriciteit. Dan hoeven we de grote powerbank niet mee te nemen. Bij aankomst werden we ontvangen door een kwieke dame. met de vraag of we gereserveerd hadden. Jawel, met elektriciteit. Dat is nou jammer, er is een grote groep motor enthousiasten neergestreken en die hebben alle plaatsen bezet. Maar s’avonds zouden ze vertrekken en dan was er plaats genoeg. We kregen een plaats achteraan op het grote terrein. Veel privacy en rust. Ze kwam er eerlijk voor uit dat er iets mis gegaan is bij het reserveren. 

Het terrein waar vroeger haar ouders een geiten fokkerij hadden was niet meer rendabel. Daarom staan er nu chalets en een gedeelte is camping. Broer en zus beheren het terrein nu naast hun reguliere baan.



Toen de kwieke dame na het eten langs kwam in haar elektrische golfkar, om te zeggen dat er plaats was bij de elektrische aansluiting, vertelden we haar dat we liever op deze plaats wilde blijven. De plaats grensde aan een rustgebied voor herten en schotse hooglanders. De hooglanders hadden we al gezien. Die kwamen dicht langs het hek. Maar fotografisch was dit niet interessant, want de beesten waren constant aan het grazen. Omdat er 8 roedels wolven hier leven, werd ons verteld dat de jonge kalven geen schijn van kans hebben om te overleven. De wolven splitsen zich in twee groepen. Eén groep leidt de hooglanders af en de andere groep nam het kalfje te grazen. Helaas hebben ze nu geen kalveren meer en het geloei van de koeien om het gemis gaat door hart en ziel.





's Avonds tegen de schemering komen de herten uit het bos. ‘s Ochtends bij zonsopkomst vertonen ze zich ook. De mist trok over het landschap, dit gaf een mooi beeld. Dinsdag zijn we een stukje gaan rijden en stopten bij de Terletse heide. We genoten van de enorme rust die hier heerst. Her en der een pluk bloeiend heide.  Gezeten op een bankje met een kop koffie kwam er een groep hooglanders op ons afgelopen. Ik was er best bang voor, want ze zijn enorm maar gelukkig bogen ze af. 






Twee jonge stieren gingen met elkaar op de vuist, het zijn net pubers met teveel adrenaline. De hoorns maken een dof, hol geluid. De ogen strak op elkaar gericht ze puilen bijna uit.

Al met al een fijne plek om te zijn. Wat is Nederland toch mooi!