Biogradska Gora National Park is een van de laatst overgebleven oeroude regenwouden. Het is gelegen in centraal-noordoost Montenegro. Het woud bevindt zich tussen de Tara en Lim rivieren.
Er zijn bomen van meer dan 500 jaar oud met een hoogte van meer dan 60 meter. Centraal in het park ligt een gletsjer meer op de hoogte van 1094 meter. Daarnaast zijn er nog 6 andere meren.
Als we de slagboom gepasseerd hebben, toegang 9 Euro, gaat de weg stijl omhoog met de benodigde haarspeldbochten. Uiteindelijk kom je dan op een parkeerplaats aan het meer. Ook hier is duidelijk te zien dat het droog geweest is, want het water staat laag. In het park zijn her en der cabins, houten huisjes, waar je de nacht kunt doorbrengen. Dat moet prachtig in de zomer zijn. Ook mag je in het park kamperen op aangewezen plaatsen.
We hebben twee dagen in het park gelopen. Het weer was druilerig, koud en nat. Heel veel mist. Maar toch waren de herfstkleuren zo mooi. Ik vond het moeilijk dit op beeld vast te leggen, omdat het ‘zoveel bos’ was. Niet een mooi doorkijkje, wel stijle hellingen, grote bomen en heel veel mos.
We doen boodschappen in Mojkovac. Het is een kleine stad die gerenoveerd wordt. Het centrale stads plein, met een groot beeld in Russische stijl van Janko Vukotic, ligt helemaal open. Een beroemde Montenegrijnse generaal uit de eerste wereldoorlog, die de slag bij Montovac in 1916 leidde. Men is hard aan het moderniseren, blijkt uit deze snelweg overgang.
Als we terug bij de camping zijn spreekt de eigenaresse ons aan. Het is St Luca’s dag. Een feestdag voor de Montenegranen. Ze zegt dat ik niet hoef te koken en biedt ons een avondmaaltijd aan. Veel vlees, wat doperwten, brood en toe zoetigheid. Wat een verwennerij.
Het is aardig koud geworden, de laatste week. Nachtvorst en koude wind. Dus rijden we richting kust waar de temperatuur iets hoger is. Ons volgende plan is een bezoek aan Lake Skodar.
We rijden lang door en het is pikkedonker. Dientengevolge kunnen we de camping niet vinden en staan we nu op een terrein dat hoort bij een Restaurant. De weg was bijna niet te zien en erg slecht. Fred heeft toestemming gevraagd aan een jongen, die aardappelen aan het schillen was. Niemand zal ons hier zien, zo donker is het.














































