zondag 12 juni 2016

Dunbeath en gestrand in Brora,


Als we ons plaatsje ingenomen hebben in Dunbeath is het laat. Tijd voor avondeten en relaxen. Het was relatief een lange rit, we zijn twee keer onderweg een stukje gaan lopen en zo vliegt de tijd voorbij.
De camping is niet veel bijzonders maar de eigenaresse bijzonder aardig. Rond de camping staan highland koeien die in de avondzon naderbij komen. Majestueuse beesten zijn het toch.

Ik ben lui en het autorijden zat dus besluiten we de volgende dag de omgeving wat beter te leren kennen. We lopen naar de eerstvolgende baai en zijn verrast door de hoge kalksteenkust. Het is een gelaagd gesteente en her en der zijn flinke delen weggespoeld. We lopen door en komen bij een ondiepe cave. Dat is onverwachts.



Als we onder een rotspartij doorlopen, blijkt de rots aan de zeekant een muur van meeuwen nesten te zijn. Moeder meeuw zit braaf te broeden, ik kan niet zien of er ook kuikens zijn. Ze maken veel kabaal, naar elkaar en naar ons. Het zijn witte meeuwen met grijze vleugels. Het is hier boven verwachting mooi. Voldaan van de flinke wandeling gaan we weer terug naar “huis”.


We hebben via faceboek contact met de mede Airstreamers, die zich nu opmaken om richting Hebriden te gaan. Monica en Harald zitten in de buurt en we besluiten op hen te wachten. Altijd gezellig.
De volgende dag verder op site-seeing tour. Eerst naar de Grey Cairns of  Camster toe. Ze  zijn uit de neolitische tijd. De koepelvormige kamer was gedeeltelijk van boven open voor licht en bood bescherming tegen het weer. Ze zijn goed geconserveerd gebleven en trekken weer de nodige bezoekers.




Vervolgens naar de Whaligoe Steps. Een stijle trap van 331 treden uitgehouwen in de rotsen om naar een haventje te gaan dat diep beneden ligt. De vissersboten voerden haring en schol aan en de vaten werden via de trap naar boven gesjouwd. In 1855 lagen er nog 35 boten in de haven in 1928 slechts 8. De trappen worden nu door vrijwillers onderhouden en het is fantastisch op deze manier naar beneden te lopen. Ook hier worden de rotsen gebruikt door de vogels, meeuwen broeden, alken en aalscholvers en diverse kleinere vogels.




We zien Monica en Harald de volgende dag en het is gezellig. We ondernemen met hen een lekkere wandeling en brengen een avond door met het uitwisselen van camping ervaring en things to do. Hun Airstream is enorm vergeleken bij die van ons, minstens 20 cm breder en 1,5 meter langer. Het heeft iets weg van een klein appartement. Harald heeft er lol in hem over de single track roads te sleuren, maar ik moet er niet echt aan denken.


De volgende dag door naar het zuiden. En dan weer het geluid van het differentieel. Dit keer behoorlijk verontrustend. Het is tegen twaalf uur, eerst maar een boterham eten en ons beraden. We bellen met de garage waar ze het differentieel vervangen hebben, maar ze verwijzen naar de Mitsubihi care. Na een telefoon gesprek worden we doorverwezen naar een garage in Brora, waar we met een uurtje terecht kunnen voor een diagnose.
Het is al snel duidelijk dat de achteras olie lekt en het differentieel open is gaan staan. Het is vrijdag en vandaag kunnen ze niets meer doen, maandag zijn we aan de beurt. Hoe dit af gaat lopen is onduidelijk.
Allerlei scenario’s zijn mogelijk, van laten repareren voor veel geld, maar de auto is 12 jaar oud, of naar huis laten vervoeren, als hij dan niet total loss verklaard wordt.
Afwachten maar en gewoon hier nog leuke dingen doen. We zien wel.
De camping ligt achter een golfveld met daarna een duinen rij. Het weer is slechter geworden, af en toe regent het. De wind stuwt de golven hoog op. In de duinen broeden sternen, die je aanvallen als je te dichtbij komt. We lopen door tot het dorpje om boodschappen te halen. De afstand niet onoverkomenlijk te voet, want de auto willen we niet meer verplaatsen. Ik krijg een aardige wandelconditieJ

In het dorp vind een evenement plaats van de rotary. Kinderen worden geschminkt en er is life muziek.
Vandaag, zondag, wasdag. We hebben hier electra en het waait goed. Als we een waslijn willen spannen worden we op onze vingers getikt want dat mag niet op deze camping. Wel mag ik een draad spannen van de caravan naar de auto. Nu ja, ……….
Eigenlijk hebben we geen electriciteit nodig, we leven op onze zonnecellen. Maar nu ik het toch heb gaat het kacheltje aan in de badkamer en hang ik het dekbed daar te drogen. Ik had het niet zo lief buiten gedaan. Het is maar hoe de regels zijn.


Klaar voor het A diploma

Plons

Gehaald.

dinsdag 7 juni 2016

Durness, Skerray, Dunbeath.


Vanuit ons mooie vrije plaatsje teruggereden naar Lairg om via een kleinere weg langs Loch Shin te kunnen rijden. We willen langs de Noordelijke Scotse Route 66 rijden om te genieten van de zee en de kusten. Het gebied North-West Sutherland is nat en veenachtig. Onderweg stoppen we een paar keer om een stukje te lopen of van het uitzicht te genieten. Het weer is redelijk, de nachten koud, maar het waait hard met een koude wind. We hebben behoefte aan brandstof, je vindt hier niet zo gemakkelijk een tankstation als in Nederland. De eerst volgende pomp is in Durness.
 In onze ANWB navigator wordt het Balnakeil craftcenter en de Smoo cave bij Durness aangeprezen als bezienswaardigheid. Daarom blijven we op de camping van Durness staan. Als de caravan staat met zijn neus in de wind uitkijkend over zee en de woeste golven is het een mooi plaatje.




We rijden meteen terug voor de pomp, die eruit ziet als een 50ger jaren pomp. De zwengel ontbreekt nog net, maar goed er komt benzine uit. Eerst een rij motorrijders voor laten gaan en dan mogen wij. Hij staat tegenover de Spar(retje) waar we meteen onze boodschappen doen.
Na tafel lopen we het strand op. De zon gaat onder, de kust is rotsachtig. Nog even een paar avond plaatjes schieten en dan met een wijntje in de caravan nagenieten met een boek. Ik lees een roman over de geschiedenis van Schotland en dat is best toepasselijk. Het geeft een tijdsbeeld over Schotland tussen 1700 en 1800. Ik kan me goed voorstellen hoe hard het leven toen geweest moet zijn. Het is leuk de plaatsnamen en de clan namen uit het boek te herkennen op uithangborden of reklame opschriften. Mac Kenzie, Fraser komen hier regelmatig voor.
De volgende dag naar het Craft Center. Dit is gelokalisserd in oude betonnen leger barakken, die ze door middel van grafitie een leuker aanzicht hebben proberen te geven. Er zit van alles, schilders, pottenbakker, wevers, glaskunst en ga zo maar door. Het geheel heeft een hoog huisvlijt gehalte en de betonnen barakken werken niet echt mee om het aanzien te geven. Wel is er een chocolaterie waar we voor veel te veel geld een heerlijke kop chocolademelk drinken. Dit was toeristische attractie nummer 1, goed voor een vier op de schaal van 1-10. Dan maar naar Smoo-Cave.


De rivier heeft het kalksteen opgelost in de rotsen en daardoor is er een grot ontstaan van 60m lang x 35m breed. Dit was vroeger een schuilplaats voor de bevolking en nu een grote toeristische attractie. Bussen met bejaarden stoppen er en we dalen met hen de trappen naar de grot af. Inderdaad groots. Als we over een loopplank zo een 50 meter de grot in lopen stroomt het water naar beneden. De rivier gaat via een bocht verder de grot in. je kunt met een gids verder, maar de reviews op internet waren wisselend we besluiten het niet te doen. Je denkt dat je de enige bent die naar Schotland gaat, maar het aantal campers is talrijk en je komt ze allemaal tegen op de camping.



De volgende dag vervolgen wij onze slingerende route over de Noordring. De zeer smalle weg volgt de kust die grillig gevormd is door de zee met diepe inhammen. Het lijkt op de fjorden van Noorwegen. Het weer heeft zich hersteld, de zon schijnt volop. Met 17 a 18 graden is het uit de wind heerlijk, maar nog steeds is de wind koud. In een dal op het schiereiland Skerray langs de rivier de Borgie vinden we een mooi plekje op een parkeerplaatsje. Honden bezitters lopen vanaf hier bij laagtij, het dal door naar de zee. Heel netje nemen zij een poepzakje mee en gooien het weg in de daarvoor bestemde container. Goed systeem is dat.
De heuvels van het dal zijn rijk begroeid met Gaffeldoorn. Deze dichte struiken met hun gemene naalden staan volop in bloei. De gele lipbloemige bloemen doen aan brem denken een rijk gezicht. s’Avonds rijden we naar een kleine haven, er liggen hooguit vijf visserbootjes. De kade ruikt naar vis, de fuiken liggen op de kade samen met meters opgerold touw.
 We kijken uit over een eindeloze zee. Aan de andere kant wordt de baai begrensd door hoge rotsen en daar lopen we nu heen. Via een moeizaam pad klimmen we de rotsen op. Er bloeien paarse plantjes midden op de rotsen. 

Foto Fred Louwen









De zon zakt onder de horizon en tijd om naar huis te gaan. We vinden zowaar een drinkwater kraan bij de kade. Fred vult onze watertank, dan kunnen we nog een nachtje vrij kamperen.
Ik wacht geduldig bij de auto, het in inmiddels al erg laat en donker geworden. Opeens krijg ik een visioen dat er ingebroken is bij de caravan. Uiteindelijk staat die onbeheert. Ik wil naar Fred rijden om hem alvast met de tank op te halen en vergeet dat hij onze voorraaddoos naast de auto heeft neergezet. Natuurlijk rijd ik er overheen en het resultaat behalve een gebarst krat zijn platte dadels. Fred zag het aankomen en had nog lopen schreeuwen, maar ja het was al te laat. Zijn eerste reactie:”Nu is de voorraad weg” Nu ja dat valt reuze mee, maar hij is goed kwaad.  Jammer van het krat en de platte dadels smaken ook op brood.
Nu ik het toch over brood heb, moet ik nog vermelden dat Fred een trouw broodbakker geworden is. Dus naast de yoghurt die hij altijd op vakantie maakt, is daar nu ook brood bijgekomen. Het Engelse brood is niet te genieten en als je goed volkorenbrood ergens kunt vinden vragen ze gerust 5 pond voor 300 gram. Vandaar.
We slapen heerlijk en na het gebruikelijke ochtenritueel in en rond de caravan gaan we wandelen door het dal richting zee. Het is heerlijk stil op deze zondag. Het strand is breed en overal zijn poelen en kreken. Door het terugtrekkend water ontstaan er mooie figuren in het zand.




In de verte blaft een hond, boven ons vliegt een roofvogel. Meeuwen halen behendig vis uit het water, het lijkt wel een paradijs.





Voldaan keren we terug naar de kampeerplaats. Tegen vijf uur komt er een camper tegenover ons staan. De radio schettert keihard en de famillie Flodder komt naar buiten gestapt, met allemaal een biertje in de hand of aan de mond. Stoeltjes staan buiten en er wordt druk gediscussieerd. Jeminee wat een pech. Als tegen de avond de midgets weer de overhand krijgen gaan ze naar binnen en keert de rust terug.

s’Ochtends vervolgen we onze weg richting John o’Groats. We rijden Sutherland uit en komen in de streek Caithness. Het landschap wordt vlakker, maar de kust stijler. Tijdens een koffiepauze krijg ik het in mijn kop om over een vlakte naar de klif te lopen. Het lijkt dichtbij, maar valt tegen vooral omdat de vlak uitziende begroeiing vol zit met kleine stroompjes en eigenlijk een grote veenkolonie is. We springen van heideveld naar heideveld of heuveltje naar heuveltje. 


Natuurlijk is een natte voet niet te voorkomen. Tussen het veen staan prachtige mossen en planten. Bij de klif is het uitzicht weer overweldigend. Een paar schapen staan ons dom aan te kijken, ze denken vast idiote mensen.


Weer verder, de Orkney eilanden doemen helder op in zee. Mooi gezicht is dat. Primair hadden we hier heen willen gaan, maar de overtocht is dermate duur dat we ervan afzien. Ook zijn we geschrokken van de horde toeristen die dit ondernemen, daar voelen we ons niet bij thuis. We willen aan de andere kant van Schotland een boottocht maken om walvissen te spotten. En natuurlijk de gebruikelijke puffins.




 Bij het kasteel in Mey komen we te laat aan, want het sluit om vier uur. De tearoom is nog open en we genieten van een heerlijke cake met een kop thee. Het kasteel is lelijk, is onze opinie, aan de buitenkant. Ik kijk snel nog in de ommuurde tuin, maar van het stukje dat ik kan zien kom ik ook niet onder de indruk. Nee dan was Branklyn garden toch wel een heel mooie tuin.


Het valt op dat deze streek bekend is om zijn melkproductie. Omdat het landschap vlak is, zijn er uitgebreide weilanden waarop koeien grazen. Roodbont is geliefd en ook de bekende Schotse Highland koeien.
We komen zowaar langs een mega Lidl, gauw nog fourageren, want ook onze voorraad is ingeslonken. Het assortiment is hetzelfde als in Nederland. De groente niet zo idiooit duur als in de kleinere winkeltjes, dus slaan we sla, tomaten en komkommer in en sinaasappels.
We hadden een plekje willen zoeken ergens in het binnenland, maar dat lukt niet. Uiteindelijk kiezen we voor een camping in Dunbeath. Hier blijven we een dagje staan, om de was te doen en ons te herorienteren. What next?



donderdag 2 juni 2016

Dwars door de highlands

Vanuit Fortrose rijden we om het Croarty Firth (een zeearm) heen richting het Noorden dwars over Schotland. We volgen eerst een grotere weg, maar die is druk voor Schotse maatstaven en dat bevalt niet.  Het landschap is vlak en niet erg opwindend. Bij de eerst zinvolle mogelijkheid gaan we van de grote weg af over een B weg. Dit ziet er al een stuk beter uit, meer zoals we verwacht hadden. We hadden primair tegen de klok in langs de kust willen rijden, maar door een navigatie foutje, rijden we nu met de klok mee.


De wegen zijn smal met de gebruikelijke passings places. Iedereen rijdt rustig en men neemt de tijd elkaar te passeren. Erg druk is het niet. We passeren meren en het plaatsje Lairg en zien dan een mooie inham waar we prima kunnen staan. Het is nog vroeg, maar wat hindert dat? De zon schijnt en dit nodigt meteen uit tot een flinke wandeling na een kop thee.
We maken her en der wat foto’s, maar door de stralende zon is het licht erg hard. Vanavond als de zon ondergaat is mogelijk een beter moment. Zo meteen nog even lezen en dan is de dag weer om.
Na tafel zakt de zon langzaam achter de heuvels. Er is iets meer bewolking en het grijs vermengt zich langzaam met de rood wordende zon die een stralenkrans rond de wolken legt.
Ik loop naar buiten om het landschap te bekijken, dat nu lange schaduwen heeft en na vijf minuten kom ik weer binnen. Het kriebelt overal en dan zie ik de grote getalen midgets rond de caravan. Natuurlijk komen er een paar met mij binnen, Fred krijgt meteen ook de kriebels.
Het idee om nog een mooie avondzon en sterrennacht te fotograferen laten we varen. De midgets winnen deze keer. Trouwens het wordt hier niet op een redelijke tijd donker, je merkt goed dat we veel noordelijker zitten.




Vandaag onze tocht voortgezet door een ruig en erg mooi landschap. Her en der wordt veen gestoken in de drassige bodem. Ik houd hiervan, dit verlaten gebied, met alleen wat heuvels en meren en een beprekte vegetatie. Het is een stuk grijzer dan gisteren en op dit ogenblik miezert het. Tegen vier uur hebben we ons geinstalleerd op de camping in Durness.


Ik ben moe van het rijden. Snel nog even tanken, want dat is hard nodig en boodschappen doen. De zee beukt beneden op de rotsen en de wind staat vol op de kop van de caravan. Wij kijken op de zee uit. Life is good. Ik denk dat ik vanavond vroeg onder de wol kruip.

dinsdag 31 mei 2016

Fortrose, (aan de kust) boven Inverness


De reis gaat goed totdat de auto een enorm lawaai maakt. Ik zet hem zo snel mogelijk aan de kant, met het idee dat er een remschijf is vastgeslagen. Optrekken, remmen, optrekken remmen, geen lawaai. Doorrijden dus. Ja hij is een jaartje ouder, maar we hopen, dat hij nog een tijdje meekan.  Als ik op de grote weg zit, zie ik dat de lichtjes van het sperdifferentieel vervaarlijk knipperen en dan heb ik in de gaten wat de oorzaak is. Fred heeft waarschijnlijk tegen de differentieel hendel gestoten en daardoor is hij op een andere stand gaan staan, waarmee je echt niet zo hard mag rijden. Dus weer zo snel mogelijk auto aan de kant bij een afslag en de goede versnelling kiezen. Natuurlijk heb ik de pest in, want dit geintje heeft ons al eens een nieuw differentieel gekost en dat is een dure reparatie. Onder mijn dreigement dat ik zijn benen bij elkaar bindt als hij zijn benen niet sluit, (waarom zitten mannen wijdbeens?, mogelijk hebben ze nooit een strakke rok gedragen), rijden we verder. Nu maar hopen dat dit geen nadelige gevolgen heeft.

Een ster in de ruit op deze reis is al genoeg vind ik en daarbij  moeten auto’s het gewoon doen.
De weg langs de heuvels van Cairngorm is prachtig. Op de toppen van de bergen ligt nog sneeuw en de zon schijnt.








Bij Inverness gaan we de kustlijn volgen en landen in Fortrose op een camping. In de baai zwemmen dolfijnen bij hoog en laag tij. Dus wij vol goede moed naar de punt van het schiereiland gelopen om ze te spotten. We zijn niet de enige. In het water ligt een kano en de dolfijnen komen er op af. We zien hun ruggen boven water komen en af en toe duikt er eentje onder. Wat zijn die beesten groot. We proberen ze te fotograferen, maar  we hadden hier niet op gerekend dus de telelens ligt  nog in de caravan. Het was een bijzondere ervaring.















Vandaag gelopen naar het stadje Fortrose en naar Rosemarkie. In Fortrose gaat net de plaatselijke middelbare school uit, grappig de jeugd in univorm. Ze snellen zich naar de plaatselijke supermarkt om te fourageren. 






Wij lopen door naar een ruine van een cathedraal uit 1300, imposant. Alleen de torenklok is nog intact. 

Na een kop thee in de caravan terug gelopen naar de baai, omdat het laag water is. Deze keer geen geluk, geen dolfijn gezien en na een uur wachten lopen we verder naar Rosemarkie. Ik zie een leegstaand verpleeghuis langs de kust, een prachtig groots victoriaans huis. Nieuwsgierig kijk ik door de ramen in de keuken. Het is giga groot en vergane glorie. Ik kan me voorstellen dat de verpleegsters af en aan rennen en de oudjes in de ronde varanda zitten met uitzicht op zee. Het is een mooie plek om oud te worden.




Na een heleboel kilometer benen komen we thuis en smaakt het drankje in de zon super lekker.