zondag 26 juni 2022

Course Landaise en weer thuis.

5 dagen hebben we op de camping gestaan. Veel langer dan verwacht. De temperatuur neemt gestaag af tot ongeveer 25 graden. Uitslapen en een wandeling vult de dag met een boek. We maken een plan om door de Pyreneeën terug te rijden en sturen aan op St Pied de Port. Daar kun je de Pyreneeën over. Alles verloopt rustig, niet zo extreem als in Spanje. Ook de Pyreneeën zijn prachtig en mogelijk een bestemming voor de toekomst.






De dag erop vinden we een plekje bij een museum en een kerkje. Het museum is gewijd aan overleden toreros die gesneuveld zijn in de course Landaise. Bernard Huguet was een ster uit die tijd. De course Landaise in de Cascogne is een traditioneel koeienspel. De koeien lopen geen schade op en worden speciaal voor dit doel gefokt. De torero daagt de koe uit en springt over de koe heen of ontwijkt hem met een gracieuze beweging. Het publiek zet geld in.






Soms mogen mannen uit het publiek ook meedoen. Ik kan me herinneren, dat mijn vader dat ook ooit gedaan heeft met een paar camping vrienden. Het was de bedoeling zo lang mogelijk in de arena te blijven, je kon jezelf beschermen door achter een schot te gaan staan. Mijn vader trok zijn eigen plan en ging voor dood op de grond liggen. De koe snoof aan hem, duwde met zijn horens en verloor belangstelling. Hij kwam er zonder kleerscheuren vanaf. En hield het daardoor aardig lang uit. Onnodig te vertellen, dat ze vóór dit spektakel de nodige glazen wijn hadden genuttigd.


Ik begin verkouden te worden en voel me niet echt lekker. De drang om naar huis te gaan wordt steeds groter. Dus weer vroeg op en in een meer rechte lijn naar huis. Ik presteer het om te vallen, opeens draait de grond onder mijn voeten weg en kan ik mijn evenwicht niet houden. Het is een rare ervaring. Mijn hoofd klapt tegen het spatbord, ribben gekneusd. Was net mijn stuitje over nu dit weer. Ik geef meteen over. Ik schuif het bed in en kreunend val ik wel in slaap. Omdraaien is een hel. s’Ochtends doe ik een Corona test en die is positief. De urgentie om thuis te komen wordt groter, ik kan nu niet meer rijden. Fred heeft nog nergens last van, maar isolatie is in een ruimte van 150x200m niet mogelijk. Nog 1100 km te gaan. We kunnen nog genieten van een prachtig diep paars lavendel veld, met een mooie wolkenlucht. Ik wist niet dat de kleur zo intens kon zijn. De moed om stil te gaan staan en te fotograferen ontbreekt. Ik slaap onderweg, Fred rijdt moedig door. De dag erop is ook hij snotterig.

Tegen half acht zijn we thuis. Na een bad duik ik mijn bed in. Eerst maar eens uitzieken. Ook Fred voelt zich beroerd. 

Er staan frambozen in de koelkast. Een bloemetje op tafel en een geranium op de tuintafel. De frambozen gaan de yoghurt in, wat een traktatie en wat een lieve buren hebben wij toch. Zonder hun zorg voor het huis en de post kunnen wij niet weg. Dank lieve José en Arno. 




zaterdag 18 juni 2022

De noordkust van Spanje. Caravia.

 15 juni.

We verlaten vroeg de camping. Wederom kleine weggetjes door de Pico’s. Overal klinken koeien bellen, paarden bellen en het getsjirp van vogels. De koeien lopen los evenals de paarden. Ze worden bewaakt door grote honden met ruige vachten. Die gaan voor de auto liggen en waag het niet eruit te komen. Een hert steekt vlak voor de auto over. Weer te laat voor de camera. De herten zijn slank en hebben een middelgroot gewei.








We rijden door grote kloven langs enorme rots partijen. Tegen drie uur zoeken we een plaatsje, maar de weg is zo smal. Uiteindelijk vinden we een onaantrekkelijke parkeerplaats bezaaid met blikjes. Auto’s rijden snoeihard langs, ondanks de 50 km. Verder blijkt het een draaiplaats te zijn, want zelfs een grote vrachtwagen combinaties keert hier om. Af en toe een onduidelijk figuur. Een man loopt met twee jerrycans de berg op. ‘Vast drugsafval’ zegt Fred. Twee jongens doen ook iets onduidelijks. Ze lopen weg, met een touw, verdwijnen dan en komen terug. ‘Drugsdealers’ zegt Fred. Als hij zo door gaat, hoef ik hier niet meer te slapen. Maar een camping is nog 140 km ver, dus ook geen optie. Van dat draaien van de auto’s heb ik nooit iets begrepen, wants’ ochtends zien we niets dat op één richtingsverkeer wijst.






We gaan naar de kust. De hittegolf is officieel en strekt zich uit tot in Frankrijk. Ik wil wel naar huis, genoeg indrukken opgedaan. Deze kuststreek is bebouwd met veel huizen en daardoor niet zo interessant. We zien wel, hoe het verder gaat. Uiteindelijk zijn we nog zo een 1600 km van huis.







Aan de kust vinden we een camping. We staan op gras, dat hier best zeldzaam is. Er is een boom, waar we de caravan onder zetten om vervolgens tot de conclusie te komen dat het een moerbei is. De luifel vangt de nodige vruchten op, dat geeft enorme vlekken. We verzetten de boel nogmaals.  Daarna duiken we het zwembad in. Koelt goed af.

De volgende dag naar zee. Fred weet een leuke weg, (ahum) , we lopen  langs de rotsen. Maar de zee ligt diep ver weg. Dat schiet niet op. Dan maar weer het zwembad in. De dag erna een nieuwe poging. De stroming is krachtig de golven hoog. Hier waag ik me niet aan, want voordat je het weet, lig je onderuit. Er ontstaan diepe kuilen onder je voeten als de golf terug loopt.

Ik heb ooit mijn leergeld in Portugal betaald. Dat kostte mij een verdraaide enkel en de grootste moeite terug op het strand te komen. 


Foto Fred

     Dus weer naar het zwembad. De temperatuur is wel aangenamer, maar nog steeds raakt het kwik bijna de 30 graden aan. We trakteren ons op een avond maaltijd in het camping restaurantje, maar als er na een half uur nog niemand langs geweest is, stappen we weer op. Dan maar ergens anders eten en belanden we in een dorpscafé. Het is hier druk. Moeders kookt. We krijgen een enorme steak met gebakken aardappels. Groenten wordt niet geserveerd. IJs toe. Er zitten prachtige figuren aan de tafels. Een man kijkt wezenloos voor zich uit, grote spitse neus en groeven in zijn gezicht. Een grote fles drank voor zich. Of degene die helemaal getatoeëerd is, of een stel dat samen een bordje deelt om de kosten laag te houden. De ober is de helft van Fred zijn lengte en als ze naast elkaar staan, schiet ik toch in de lag. Hij lacht gelukkig mee.


Boodschappen doen we in een naburig dorpje. Er wordt beach volleyball gespeeld. Het schijnt een soort competitie te zijn. De mannen zweten zich een ongeluk. 

In de achtergrond spelen de dames gekleed in minimale bikini’s. De string is aardig ingeburgerd. 











vrijdag 10 juni 2022

Cáceres

 




We zijn 300 km naar het noorden gereden over snelwegen en komen uit bij het historische stadje Cáceres. Omdat we moe zijn van het rijden, belanden we hier op de camping. Bij het inschrijven ontvangen we een sleutel voor de slagboom en voor onze eigen badkamer. Dat is een luxe die we nog niet eerder hadden meegemaakt. En omdat het zo extreem warm is, is het zwembad geopend.

De camping is rechthoekig. Verdeeld in 4 paden, daarop dwarsstraatjes waar de caravan op moet. Iedereen heeft een eigen  dwarsstraat je waar je met de achterzijde van de caravan of camper naar elkaar toe staat. Het lijkt wel een nieuwbouwwijk. 

Als we staan is onze badkamer sleutel verdwenen. De auto is een puinhoop, zoals gewoonlijk. Na een dik half uur zoeken, geef ik het op. Het meisje van de receptie is aardig en maakt de badkamer open. Kunnen we eindelijk plassen. “Die komt weleer terecht’ is haar commentaar, jullie zijn gewoon moe. En gelijk heeft ze, opeens zien we de sleutel op de grond achter de voorbank. Was ertussen gegleden. In plaats van een nacht zijn we er drie nachten gebleven.







Cáceres is een oude stad met een middeleeuws centrum. Wel toeristisch, maar het is leuk te slenteren door de typische smalle Spaanse straatjes. Leuke alternatieve winkeltjes, ik koop een wijde koele jurk. 






We raken in gesprek met een stel artiesten. De ene jonge heeft een stok, een paar schoenen, een rugzak en wat zooi neergezet met een bord erbij, de onzichtbare pelgrim. Hij verdiend hiermee zijn brood. De andere man speelt blokfluit met een boom-box als achtergrond. Je hoort het fluiten dan niet meer. Hij kan ervan leven. Wij vragen naar een beeld, dat voor de kerk staat en eruit ziet als de ku-klux clan. Dat schijnt traditionele dracht te zijn bij processies. Hij spreekt een beetje Engels en zo kom je er samen uit. 

Ik maak nog een foto van zijn hoofd, ik ook weer blij. 





Op de camping duiken we het zwembad in, dat is echt jaren geleden. 

De Spaanse eksters zijn hier brutaal. Als je even niet kijkt pikken ze het brood van je bord. Het zijn mooie vogels met hun blauwe vleugels. 




Vandaag weer 317 km gereden. Plekje gevonden onder een grote, brede brug. Het dendert iedere keer als er een auto overheen rijdt, kabinet, kabung. Maar er is heel veel schaduw en dat maakt het lawaai goed.

Mijn achterwerk is nog niet hersteld van mijn val. Het zitten doet pijn. Ik word er wel flauw van, want dit is niet leuk. Paracetamol is nu mijn vriend. 


zaterdag 4 juni 2022

3 juni richting Hinojaris


Van de ene camping zijn we doorgereden naar een andere camping. In deze natuurparken wordt dik gecontroleerd. Dus passen wij ons aan. Onderweg zien we herten en eekhoorns. Grote groene hagedissen steken traag de weg over. De temperatuur blijft onverminderd hoog. 

Er zijn meer olijfbomen gepland, ook komen we perziken tegen, die worden geoogst. Af en toe amandelbomen. De eerste cactussen staan langs de kant en enorme slanke cipressen. Het stuk dat we vandaag gereden hebben is goed te doen met een personen auto, die komen regelmatig langs. Ook veel motoren. 

Helaas glijd ik uit over een steen en val keihard op mijn stuitje. Dat is behoorlijk pijnlijk en lastig in onze caravan. Mijn derrière siert nu een enorme vurige blauwe plek. Ik kreun bij iedere beweging. Lopen gaat goed maar zitten is waardeloos.






s’Avonds lopen we naar een oude brug. Het water is kraakhelder. Maar groen. Heel bijzonder is dit.

De volgende dag vertrekken we vroeg voor een tocht door de bergen. Het boek had al gewaarschuwd voor flinke afdalingen en geaccidenteerd terrein. Nu daar is geen woord teveel over gezegd, haarspeldbochten, smalle paadjes, afdalingen van 45 graden, giga kuilen en sporen in de weg. We hadden het voorwiel al van de caravan verwijderd, maar zelfs de kleine steun raakt af en toe de grond als de hoek te klein is. De trailer duwt aardig door, ik rijd meestal in zijn eerste versnelling. Gelukkig heeft onze automaat nog een versnelling, anders echt niet te doen. En ik ben zo blij met het sper differentieel. De kracht op de wielen is daardoor groot in de moeilijke omstandigheden. Maar de natuur overtreft weer alles. Fred zegt steeds dat hij in de tuin van onze buurman rondrijdt. Zoveel mooie planten zien we. 





We vinden wederom een mooi plekje hoog in de bergen en staan s’ochtends vroeg op om de zonsopkomst te zien.




 


Vandaag zijn we het spoor kwijt geraakt. We komen uit tussen de olijfboomgaarden. Her en der verlaten en vervallen huizen. Ik ga maar eens een kijkje nemen. In de woonkamer een open haard. Zwart geblakerde schoorsteen. Op de grond wat restanten van flessen en een oude pannendeksel. De contouren van een ingebouwde kast zijn zichtbaar. De trap naar boven is ingestort, maar de keuken is nog herkenbaar meteen soort aanrecht. Ik zie de familie daar zitten. Hier heeft zich een leven afgespeeld. 

Verder rijdend komen we bij een paar huizen, die in vrolijk gekleurde tinten geschilderd zijn. Een soort buurtschap, dat een comune idee geeft. In deze omgeving is niets, winkeltjes ver weg, geen internet of telefoon. Wel zie ik een schotel. Het binnenland van Spanje is mooi, ruig, bijzonder, maar ook eenzaam. 




Morgen gaan we verder richting Noorden. Het is zo warm, dat we het hier voor gezien houden. Je blijft zweten bij iedere beweging en dat haalt de puf eruit. Als we weer internet hebben zullen we de weersverwachting raadplegen en onze plannen bijstellen. Als ik dit schrijf gaat de zon bijna onder. De vogels zingen uitbundig. Helaas zijn er hier erg veel vliegen, reuze irritant en ze steken ook nog. Waren het eerste muggen die jeuken nu heb ik er vliegen bulten bij. 








maandag 30 mei 2022

Van Riópar naar Parque Natural de la Sierra de Cazorla, Segura y las Villas

 29 mei..


Langs de weg loopt een mooi schoon stroompje. Ik heb een was te doen en dit stromend water is uitstekend geschikt. Wasmachientje naar buiten, de generator aan en voila draaien maar. Ik loop langs het stroompje de helling af en kom uit in een grot waar het water invalt  van grote hoogte. Op een bijbehorend bord staat dat deze waterval La Juanfria heet en s’winters bevroren is. Het water vloeit verder door de gemeente Paterna de Madera. 






We rijden met de natte was verder, het is al wat later geworden, dus tijd om te zoeken naar een camping plekje. We vinden een idyllisch groen veld met brem struiken, die volop in bloei staan. Prachtig dat geel tegen de achtergrond van bomen en struiken op de hellingen van de bergen. In het gras bloeiende bloemetjes, paarse orchideeën, witte margrietjes, blauwe rolklaver en ga zo maar door. Het is een paradijsje. s’Avonds de absolute rust. 

De volgende ochtend getrakteerd op vogel geluiden. De koekoek is behoorlijk aanwezig. Onderweg komen we een grote groep geiten tegen. Ze stoeien met elkaar, de horens in elkaar gedraaid. BAM gaat het bij iedere aanval. Ik weet niet waarom ze dit doen, want het zijn dames. Dus denk je niet aan een pikorde. 








De tocht voert verder, tegen 10 uur belanden we in Riópar een dorp.

 

( Riópar ligt in de Spaanse provincie Albacete in de regio Castilla La Mancha. De rio Mundo ontspringt hier met een stevige waterval. De streek is relatief nat en de vegetatie divers. Ook het landschap met hoge bergen tot 1500 meter begroeid met  zwarte pijnbomen, (Pinus Nigeria)).


Als we door de dorpstraat rijden, die geflankeerd wordt met dikke plantanen, zie ik een marktje in een ooghoek. We zoeken naar een parkeerplaats en lopen het stadje in. Op de speelplaats van de school wordt gevoetbald, muziek schalt over de straat. Ik kan me niet herinneren dat dat vroeger bij ons ook zo was op school.

 De markt biedt een mengeling van groenten en kleding. Ik koop een katoenen bloesje en een veel te dure gegrilde kip. Met wat sla erbij een prima maaltijd. 






Tegen de avond belanden we op een plaatsje tussen de olijfbomen, een kleine terrasgewijze boomgaard.  De bloesem is zich aan het vormen. We zijn al aardig gewend aan het Spaanse ritme: opstaan om 6:00 uur ‘s middags een siësta en ‘s avonds een lange avond. Tegen acht uur in de ochtend komt er een dikke wagen het terreintje oprijden. Oei dat is foute boel. Een officieel in het groen geklede meneer loopt naar ons toe. “Ola” klinkt het, gevolgd door een stroom aan woorden. “No hablo español’’ zeg ik en wijs op ons nummerbord. Natuurlijk vertelt hij ons dat we hier niet mogen staan en dat er in Riópar een camperplaats is. Ik maak duidelijk dat we vertrekken. Na nog wat gebarentaal en een vermaning vertrekt hij en komen wij met de schrik vrij. 


Als we verder door het dal rijden zien we erg veel boswachter auto’s. Er is een natuur evenement bezig, bussen met schoolkinderen worden uitgeladen. Ze worden in groepen verdeeld en gaan met de boswachter mee. Veel gegiebel, leuk om te zien. We zien wel vaker schoolbussen, ik heb het gevoel dat hier veel voor de jeugd georganiseerd wordt.






Voor de avond toch maar naar een camping deze keer. Het is uiteindelijk een natuurgebied. De enige camping die we vinden ligt in de buurt van een groot meer. 

Het is er rustig als we aankomen op vrijdag. Een korte blik op het sanitair leert me dat de kranen erbij hangen, de douche wel water geeft, maar niet in de houder blijft. Het eindeloos duurt voordat het water warm is. Al met al een typisch voorbeeld van vervlogen tijden. We zetten de luifel uit voor de schaduw en ook de keuken tent. 

We drinken een biertje op het terras van het restaurant. Lekker koud. De eigenaresse spreekt Engels. Ze beheert de camping al 40 jaar. 

We vragen haar waar we een SIM kaart kunnen kopen, want mijn mobiel abonnement is op. En zowaar er is een telefoon winkel dichtbij. Daar gaan we zeker heen.

Zaterdag komen de mensen van de “vaste plaatsen”. De muziek wordt aangezet en schalt over het terrein. Als je langsloopt langs de verschillende onderkomens, wisselen de genres elkaar af. 


In de telefoon winkel hebben ze zowaar SIM kaarten en iemand die er verstand van heeft. We hebben geen verblijfplaats in Spanje, maar een kopie van mijn paspoort voldoet. Hij haalt ook de pincode van de kaart en stopt hem in mijn MiFi, die hij eerst wantrouwend bekijkt. Ik krijg van hem de APN gegevens plus de internet gegevens. De rest kan ik thuis uitpuzzelen. Zo weer een probleem minder en meteen genoeg data voor de rest van de vakantie. Aan de 4000 belminuten heb ik weinig. Die gebruiken we toch niet. 


Vandaag ben ik 74 geworden. Ik vertelde gisteren aan Fred dat ik weiger om nog jarig te zijn. Het gaat allemaal zo hard. Natuurlijk is dat je kop in het zand steken, maar als je bedenkt dat ik over 6 jaar 80 bent, is dat toch niet echt fijn. Hoelang kunnen we dit nog samen doen? Twee oude gekken die off-road een trip door Spanje maken in een auto zonder airco bij meer dan 30 graden? Die buiten slapen en leven in de vrije natuur. Volkomen afhankelijk van elkaar, want in de bergen is geen telefoon bereik of internet. Dan maar hopen op onze Walkie talkies. 

En natuurlijk mis ik nu de kinderen en kleinkinderen op mijn verjaardag. Maar hun lieve wensen maken veel goed. Volgend jaar eens nadenken over een feestje.














 


maandag 23 mei 2022

Muggen, muggen en nog eens 🦟 muggen.

 


Onze reis vervolgt zich richting Landete. Het landschap wordt nog steeds gesierd met giga rotsen, maar er is ook meer bouwland. Wijngaarden afgewisseld met olijf bomen. De aarde rood en droog, met stenen en barsten. In riviertjes staat geen tot weinig water. Dorpen zijn uit de middeleeuwen, de huizen okerrrood  gekleurd. De ramen hermetisch gesloten met rolluiken om de hitte buiten te houden. Je ziet weinig tot geen mensen. 



Boodschappen doen is een uitdaging. Je herkent aan de voorgevel een winkel niet. Etalages kennen ze niet. Het uithangbord -supermercado- wijst op een kruidenier. We dwalen door het dorpje om zulks te vinden en kopen ons dagelijks brood en wat te eten. Als we geluk hebben vinden we vlees, of iets van vis in de diepvries. Groente erbij, meestal sla met rijst of een aardappel. We koken op een spiritus brander of een kleine gasbrander. Al naar gelang de warmte, die we nodig hebben. Lekker simpel.


De kassa van de supermercado is dé ontmoetingsplek waar nieuwtjes worden uitgewisseld. Men kletst maar door en schiet niet op. Wilde gebaren erbij, volop Spaans temperament.

In de dorpen staan grote afval containers, voor ons een zegen. We bezoeken die dan ook steevast iedere dag. De dorpspomp voorziet in water. Drinkwater kopen we. 

We hebben een paar 8 liter waterflessen zwart gespoten en douchen s’avonds heerlijk warm in de vrije natuur.  De zon doet zijn werk. Met deze temperaturen zetten we geen tent op, de deuren van de trailer staan tegenover elkaar open voor de nodige koelte. 





Zaterdag vonden we een plekje tussen de bloeiende lavendel. Een paarse waas hing er door de ondergaande zon. Helaas schijnen muggen ook hiervan te houden, want ik werd letterlijk besprongen. Grote muggen waren het, ze jeuken verschrikkelijk. Ik lijk een stekelvarken met die rode plekken. Het was de eerste keer dat we DEET gebruikten om ze te verdrijven, maar in mijn hart houd ik daar niet van. Toch zijn we hier zondag gebleven. Ik was lui. Als we gaan wandelen zien we veel verschillende vlinders, maar ook een ree verrast ons. Leuke cadeautjes. 




Nu staan we langs een ravijn op een plat stukje. In de diepte een dorpje. Ik wilde net gaan douchen toen er een hond kwam aantippelen. Later zijn baasje, had ik even geluk dat ik nog net niet als Eva daar stond. 




vrijdag 20 mei 2022

Rond Albarracin

 18 mei Albarracin.


Gisteren een prachtige rit gemaakt door naaldboom bossen. We waren wederom vroeg vertrokken om de hitte voor te zijn. Het venijn van deze dag zat in de staart. Op zeker moment stonden we hoog op een berg bij de restanten van het kasteel Murallas de Albarracin. Het is een vesting uit 1167. De muren staan alleen nog overeind. Het is gebouwd door Islamitische overheersers de Omajjaden, oorspronkelijk afkomstig uit Damascus. Spanje en Portugal maakten deel uit van het Islamitische kalifaat. 

De weg naar beneden was een ware hel. Hij bestond uit steenbrokken, waarop de auto glipt, diepe voren van water en smalle bochten. Dat alles grenzend aan een stijle rotswand of een afgrond en net zo breed als de auto. We zijn vaak uitgestapt om te zien - hoe verder-. Keren is namelijk geen optie. 

Toch hebben we de weg zonder kleerscheuren naar beneden volbracht en verzuchtte ik, nu rust. Wat ben ik blij met onze supersterke auto, die nu echt zijn diensten bewijst en ons redt uit deze idiote situatie. Ook de caravan doet het goed. Hij heeft een laag zwaartepunt.  Hij rijdt met gemak over een steen op een wiel. Ik ben soms bang dat hij kantelt en dan is de ellende niet te overzien.

Op de camping van Albarracin meteen in slaap gevallen, met een middag dutje van 3 uur. Het kostte duidelijk energie.









Tegen vijf uur het stadje ingelopen. Het is heel oud, middeleeuws. Smalle stijle straatjes met overhangende huizen. De okerkleurig zie je overal. Veel Hollandse toeristen. Gidsen ratelen door in het Spaans, die spreken hier geen Engels. We kopen lekkere hapjes voor het avondeten en lopen naar huis.

Vandaag getuige geweest van het camping leven. Er arriveert een camper, (groot, groter, groots) of idem caravan. Pootjes uit en de satelliet. Want de tv is belangrijk. Vervolgens de stoeltjes ervoor en zitten maar. Het is vermakelijk hoe dit ritueel zich herhaalt. Op de camping zijn merendeel Nederlanders. Ze lopen, als ze uitgezeten zijn langs en zijn nieuwsgierig naar onze Hero. Opmerkingen als:”wat een apart ding, wat een mooie combi, stoer hoor” vliegen langs. Het is goed bedoeld, zullen we maar zeggen, want wat wij doen werkt niet met een gewone caravan of grote camper. En er zijn veel mensen die dit niet willen. Ergens gaan staan, zonder communicatie mogelijkheid, alleen met de natuur.






Omdat we ook dicht bij de 4x4 track staan, camperen er ook landrovers of off-road campertjes met dikke banden en een danktent. Die zijn dan nieuwsgierig hoe wij dit doen met een trailer achter de auto. We wisselen info uit, over de route en nuttige apps. 


Een stel Franse wijst ons op het natuurgebied Pilates de Rodeno.

Er zijn gigantische rotsen op elkaar gestapeld en oude muurschilderingen. Natuurlijk gaan we dat bekijken en het is fantastisch. De ochtend is nog lekker koel en tussen de stenen en de bomen is het niet verkeerd. Een aanrader. 

s’Middags gaan we naar een zoutmijn. Om 4 uur is het nog steeds 27 graden en de klim naar boven en naar beneden is niet echt fijn. Zweten!! Uiteindelijk komen we bij de bakken waarin het water van de rotsen verzameld wordt en daarna verdampt. Ik begrijp, dat dit een restant uit het verleden is en niet actief gebruikt wordt. De omliggende rotsen hebben een groene tint. De heuvels begroeid met bomen en struiken, die tegen zout kunnen. Ik ben aardig kapot als we weer in de auto zitten. Het was niet echt de moeite waard, ook niet de waterval een stukje verderop. Maar hiervoor zijn we teveel verwend in het Noorden.




Onze reis gaat verder. We hebben nu een road boek uitgereden naar Teruel. Boek Nummer twee volgt de route vanTeruel naar Granada. 

Het was een mooie route met veel afwisselende landschappen. De ene keer ben je tussen diepe kloven en ravijnen, de keer daarop in een heuvelachtig, groen landschap. We hebben weinig mensen gezien, behalve op de camping. Een buur- kletspraatje is dan ook best gezellig.








 

24 jaar getrouwd. Ook dat nog. En bijna 74. Hoe ouder , hoe gekker.

maandag 16 mei 2022

Ibdis, 13 mei


We raken aardig gewend aan het gehobbel over de stenen. Alles rammelt en trilt in de auto. Wat missen we
  de Airco, maar de reparatie is dermate duur dat je je moet afvragen of je dit moet doen. Anderzijds is het rijden in deze warmte knap vermoeiend. Dit doet me denken aan mijn jeugd, toen we naar Zuid Frankrijk reden. 4 dagen in de auto, er was nog geen péage. Als we in het Moren gebied, zoals mijn vader dat noemde, kwamen, zag je de rode grond. Daar werd het echt warm. Hij reedt met een open raam en had steevast een verbrande onderarm. De  geschiedenis herhaalt zich, omdat ik die nu ook heb.



 In de kleine dorpjes zie je meestal ouderen. Iedereen heeft de tijd en maakt een praatje met elkaar. Uren ratelt het Spaans als een melodie door de straat. Google translate is een grote hulp, als we een bakker zoeken. Het antwoord wordt begeleid met grootste gebaren, waaruit we de richting kunnen opmaken. En als er maar een paar straten zijn, is de keus niet moeilijk. 

We staan nu naast een enorme rotswand van rood gelaagd gesteente. Er zitten enorme keien in. Her en der met groen begroeid. Het barst er van de vogels, gieren cirkelen kraaiend rond. s’Avonds worden we getrakteerd op een schor blaffend geluid. Volgens Fred gemzen, maar volgens mij apen. Een krekel maakt een enorm lawaai. Puur natuur dus.

We zijn er nu achter dat het een blaffende reebok is geweest.


Ibdis ligt 2 kilometer verderop, hier kunnen we te voet heen voor boodschappen. Op de terugweg drinken we wat, een biertje en een wijntje 3€. Dat zijn nog eens tijden.

We hebben nog een lasagne in de koelkast, samen met dikke ronde vleestomaten een delicatesse. En omdat de zon schijnt absoluut geen probleem met stroom. Morgen gaan we weer verder, alleen dan in een ander ritme. Om 6 uur opstaan, rijden tot een uur of 12 en dan siësta houden. Want dat hele warme haalt de lol van de reis eraf.



15 mei.

We zijn inderdaad vroeg opgestaan. Het is zelfs koel buiten met 11 graden. De route loopt door grote rotspartijen en kloven. Er zijn hier vreselijk veel zwaluwen. Het vliegt af en aan. Ons oog wordt getroffen door een fantastische kleurrijke vogel. Een bijen-eter. Er zijn er meerdere en na wat wachten kunnen we een foto maken.



Langs de kant komen we soms water tegen uit de rotsen. De tanks worden gevuld. Het landschap is hier heuvelachtiger en meer open. Dat zal niet lang duren want we draaien de Col van de Tajo op. 


Deze weg wordt een echte uitdaging. Er zijn diepe geulen, en de helling af en toe 20%. Korte bochten, hetgeen lastig is met de combi. Af en toe rakelings langs takken, arme krassen op de auto. Nu staan we op een prachtige plek boven op een richel. Er is hier meer begroeiing.

Blauwe egelbrem, gele brem, lage kamperfoelie, paarse klokjes, en laag struikgewas. Af en toe een orchidee. 





Vandaag stopten er een paar jagers. Ze waren op zoek naar een ‘beest met horens’. Ik maakte dit op uit de gebarentaal. Men snapt vaak niet dat wij geen Spaans spreken, dus ratelen ze maar door. Ze waren verbaasd over het zonnepaneel om de accu op te laden en vervolgens vertrokken ze. Morgen wordt de weg weer vervolgd, het wordt weer een uitdaging. 



woensdag 11 mei 2022

In de bergen

 10 mei Talamantes.


Toch maar weer door het binnenland gereden. De weg voert door een golvend  landschap richting de bergen. We doen het dorpje El Buste aan. We zouden rechtdoor moeten, maar gezien onze eerdere ervaringen, gaat Fred eerst te voet even verkennen. Hij zegt, je kunt erdoor, alleen weet ik niet hoe. Het is zo smal en met een paar auto’s aan de kant ondoenlijk. We gokken erop dat er meer dan een straat is en hebben geluk, we komen aan de andere kant van het dorp uit. Toch even teruglopen voor wat foto’s. Het is siësta en erg rustig. Her en der wat stemmen achter de dikke okergele muren van de tuin. 

Voorts gaat de tocht, een konijn rent met de auto mee. Een vos staat tussen de olijfbomen. Tegen vier uur belanden we in het gebied van Vera de Moncayo. Een enorm windmolen park. De molens staan op een lange heuvelkam te zingen in de sterke wind. Zoef, zoef, zoef. Het heeft iets rustgevend, dit ritme en gezoem. s’Nachts flikkeren de rode lichten op de top van de molens als een lange Kerstslinger in de avondlucht


. 



We raken zo allengs gewend aan het gehobbel op de weg. Af en toe diepe geulen ontwijken. De caravan volgt goed, zijn spoor is breder dan dat van de auto en soms gaat hij aardig scheef over een uitstekende steen. Er klinkt een aardig gekras van het stekelig struikgewas aan de zijkant, Fred kapt her en der te erge takken weg. Het land geurt van de tijm, de kleine bloeiende struikjes zijn royaal aanwezig. 


Om de de nodigde boodschappen te doen wijken we uit naar Tarazona. Het voelt raar op de weg te rijden. Eerst tanken en dan naar de supermarkt. Tanken wordt hier voor je gedaan. De juffrouw van het pomp station maakt duidelijk, dat er verkeerd is afgerekend. Dat zou een makkie geweest zijn van 30 €. Nu ja- eerlijk duurt het langst en het was niet onze schuld.

De supermarkt is groot, boven verwachting. We kopen dorade, lasagna,  tortellini, en diepvries groente. Een net vol sinaasappelen en Freds lievelings toetjes. Hij is zo een zoetekauw. 

Het is al over twaalven, we zetten de combi op een parkeerplaats om te lunchen. Een jonge man stapt in een hemdje op Fred toe. Het is een Bulgaar. Zijn gehavende truck wil niet starten. Of we kunnen helpen. We koppelen alles af, rijden de auto voor de truck, Fred raakt op een haartje na de zijkant en na het verbinden van de accu’s is het leed is geleden. Hij rijdt weer, ik weet niet voor en hoe lang. Geen zijspiegels, geen raampje rechts, aardig gehavend en onbeladen. Komt niet door de APK in Nederland.


 De volgende stop is een klooster ‘Monasterio De Veruela’, dat bij aankomst gesloten blijkt. Het is groots en ommuurd met daarop kantelen.  Op de hoeken grote uitkijktorens. De ingang een grote houten deur. Door een gaatje gluren we de tuin in en zien een laan met plantagen. We lopen rond de buitenmuur. Her en der gaten, waar we naar binnen loeren, de ene keer de groenten tuin in, of over de wijnstruiken. De andere keer een hyper modern gebouw, dat een duur hotel blijkt te zijn. Door al die kijkgaten krijg je toch een aardig idee en Google doet de rest.






We rijden nog een paar uurtjes door. Het landschap is hier meer in cultuur gebracht. Ook al is het weinig. We hebben volop water gekocht, eerst een douche. In een auto zonder airco is het warm. 

De vis is heerlijk, lekker met spinazie en aardappelen. Tiramisu toe. S’Avonds nog even wat foto’s maken en ik vind een orchidee voor buurman Arno. Hij wil altijd plantjes zien op de foto. 






Fred zet de auto een paar meter naar voren en rijdt over ons stoeltje. Het staat klem tussen de band en de berm. Hij zal nooit coureur worden.


s’Nachts zie ik in de verte een auto naar ons komen rijden. Grote lichten overal. Hij nadert langzaam, ik gluur uit het dakraam, we zijn hier tenslotte illegaal. Hij rijdt langzaam langs. Mijn hart klopt, stel dat…… gewoon niet aan denken, dat zou te gek zijn. De enige auto die in al die uren langs rijdt. 


We zitten nu vaak zonder een netwerk verbinding. Posten wordt lastiger. Vandaag raakt het kwik 31 graden aan. Ik vind dat helemaal niets en heb er ook qua kleding niet echt op gerekend. Om af te koelen een koude douche, we hadden onderweg extra water gevonden uit een bron. Stonden we gisteren tussen de geurende tijm, nu is het lavendel die hier wild langs de bermen en rotsen groeit. Het gonst van de bijen, maar ook dikke zwarte mieren zijn hier veelvuldig. Een gier vliegt hoog in de lucht.